home | stats | gelinkt door | beheer | maak je eigen weblog aan! | Mag ik je kaartje? punt.nl


Actie voor kindsoldaten: Ontwapen met kunst!
Kunst | Kindsoldaten nieuws | 03 December 2009 | 12:45:01


Ontwapen! Campagne tegen kindsoldaten   
Sluit je aan bij de estafette tegen het gebruik van kindsoldaten. Bedenk een originele manier om de wereld duidelijk te maken dat oorlog en kinderen niet bij elkaar passen. Schrijf, teken, schilder, boetseer, maak een video, of muziek.

Bedenk jij de meest pakkende Ontwapen boodschap? Dan wordt jouw inzending gedrukt in ons Ontwapen boek en mag je via ons exposeren. Stuur je inzending naarMind to Change. Heb je een eigen website, een weblog, een Hyves-pagina, of een My Space? Plaats je inzending dan ook daar, en gebruik bovenstaande banner om het estafette stokje door te geven.  Ga naar de website van Mind to Change!

Folder Moordjongens   |   Postkaart Moordjongens   
Folder Moordmeiden   |   Postkaart Moordmeiden   
Banner

reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 429

Mag ik je kaartje?

Kindsoldaten op TV (BNN)
Maatschappij/Internationaal | Kindsoldaten nieuws | 31 Mei 2009 | 15:10:19
Vanavond is de eerste aflevering van de serie Patrick: Ramptoerist op BNN.
 
Begin Januari was BNN bij ons   (Mind to Change)   op bezoek in Sierra Leone, en heeft een mooi item gemaakt over twee van ‘onze’ ex-kindsoldaten. Issa (uit bijvoorbeeld   De wil om te Doden) neemt Patrick mee naar zijn dorp, waar hij vertelt hoe hij werd meegenomen door de rebellen. Ibrahim (General Shed Blood in De wil om te Doden en Idrissa inMoordjongens) neemt Patrick mee naar één van de plekken waar hij heeft gevochten en vertelt hij hoe het was om mensenbloed te drinken.
 
Kijken dus! Zondagavond 21.35 uur op Ned. 3   
 
Geen tijd? Op de   website van Patrick: Ramptoerist   kan je de uitzending later op je gemak bekijken.
reactie 1 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 623


Een dagje kindsoldaat
Verhaal/Waar-gebeurd | Kindsoldaten bibliotheek | 23 Februari 2009 | 20:34:47
In de schoenen van een kindsoldaat
 
Wat een kindsoldaat is, behoeft nog maar weinig uitleg. We kennen allemaal de foto's en de nieuwsbeelden over deze jonge meiden en jongens, die meevechten in oorlogen. En toch, hoewel de beelden voor zich spreken, heersen er vele vragen over dit fenomeen. Want hoe is het nou eigenlijk om als kind te moeten vechten? Films als Wit Licht en Blood Diamond lichten een tipje van de sluier op, maar dan wel van buitenaf bekeken. Met een gekleurde bril. Dat moet ook wel, want het onderwerp is ingewikkeld, en dat kan je in een film nu eenmaal niet goed uitbeelden.
 
Uit de oppervlakkige beelden en berichten die we over kindsoldaten te zien en te horen krijgen, komt een beeld naar voren van kinderen die hun levenlang gewelddadig zullen zijn. En ernstig getraumatiseerd. Een vraag die dan ook veel gesteld wordt, is of kindsoldaten ooit weer normaal kunnen worden. En dat is is logisch, die vraag, want wij zijn er toch ergens van overtuigd dat wanneer iemand één keer heeft gemoord, hij voor altijd een moordenaar zal blijven. En hoe logisch en normaal die gedachte voor ons ook is: voor de kindsoldaten is dat nogal oneerlijk. Zeker als je je bedenkt dat ze al zoveel moeten doorstaan om hun verleden achter zich te laten, en na afloop van de oorlog weer door hun gemeenschappen geaccepteerd te worden. De extra last die wij ze erbij geven, door ze te behandelen als 'verpest voor het leven', heeft ongewild een vreselijke uitwerking op hun levens.
 
We bedoelen het goed, want we zijn oprecht met hun lot begaan. We zouden er zelf niet aan moeten denken, dat we als kind zouden zijn gedwongen mensen te vermoorden. En we kunnen het ons ergens ook niet goed voorstellen, dat we dat ooit zouden hebben kunnen doen. We zien onszelf nog met barbies en de dardabaan spelen. Oorlogje spelen hebben we misschien wel gedaan, maar in alle onschuld. Als iemand ons gedwongen zou hebben met echte kogels te schieten, dan hadden we vast geweigerd. We weten immers hoe slecht het is om mensen te vermoorden. Thuis, op je bank in het veilige Nederland, is dat ook een hele normale gedachte. En goed ook, want als we ons te levendig zouden kunnen indenken dat we zelf ook in staat zouden zijn om mensen te vermoorden, weet je nooit wat er gebeurt.
 
Toch ga ik je vragen om dat te doen. Je in te leven in een kindsoldaat. Maar dan echt. Ga er even rustig voor zitten, sluit je af, en doe je ogen tussen de zinnen door zoveel mogelijk dicht. Stel jezelf voor in een stoffig landschap, met vervallen, kapot geschoten hutten aan de ene kant, en een prachtig groene bush aan de andere kant. Je bent een jaar of 8. Om je heen woedt een wrede oorlog. Achter één van de hutten komt een horde uitzinnige rebellen tevoorschijn. Ze hebben grote kapmessen en geweren. De grootste rebel is de leider. Hij heeft een zwarte bandana over zijn rechteroog. Over zijn andere wang, loopt een dik en gevaarlijk uitziend litteken. Je opa en oma worden te pakken genomen en vermoord, voor je ogen. Het geschreeuw en gegil is ijzingwekkend. Het lijkt wel alsof dat het ene geluid is wat nog in je oren kan suizen. Iedereen stuift een andere kant op. De rebellen schieten in het wilde weg. Je vader pakt je op en rent samen met jou en je moeder het dorp uit, richting bush. 
 
De gevaren van de bush zijn al genoeg om je vreselijk veel angst aan te jagen. Hoe vaak hebben ze je niet verteld dat je nóóit de bush in mag? Het zit er vol met gevaarlijke beesten. Je bent bang, maar daar is geen tijd voor. Je vader zet je neer tussen de gewassen. Je moet lopen, en blijven lopen, uren achtereen. Dagen achtereen. Je voeten branden, en je maag doet zeer van de honger. Dan loop je met je ouders in een hinderlaag. Angstaanjagende rebellen nemen je vader te grazen. Ze hangen een autoband om zijn nek en steken het in brand. Je vader vergaat van de pijn. Je moet meer dan een uur naar zijn doodsstrijd kijken, terwijl de rebellen daar de grootste plezier om hebben. 
 
Dan pakken ze je moeder, en verkrachten haar voor je ogen. Ze slaan en schoppen haar op haar hoofd, in haar buik en in haar rug. Daarna krijgt ze er met een riem van langs. Het enige wat jij kan denken is: ze gaan me pijn doen. Je zou willen vluchten, maar je bent bang dat ze je dan dood zullen schieten. Dat heb je in je dorp zien gebeuren. En je weet dat dat ongelofelijk veel pijn zal doen. Als de rebellen je een mes in je handen drukken, om je moeder daarmee te vermoorden, begin je te huilen. Je eigen moeder! Dat kan je echt niet. Eén van de rebellen begint je te slaan en te schoppen. Zo ongelofelijk veel pijn heb je nog nooit van je leven gevoeld. Je wil maar één ding: dat de pijn stopt, en dat je het overleeft. Doodsbang ga je je moeder te lijf. Je weet echt niet wat je moet doen. Alles gaat ineens als in een waas. Je hebt er alles voor over nu gewoon veilig te zijn.
 
Doodsbang en trillend op je benen word je meegenomen naar een trainingskamp. Je krijgt eten, eindelijk, na dagen met een lege maag door de bush te hebben rondgelopen. Je krijgt drugs, waardoor je hoofd gaat tollen en je eindelijk de herinnering aan de dood van je ouders voor even kunt vergeten. Het had je bijna halfgek gemaakt. Je krijgt alcohol, waardoor je je een beetje vrolijk gaat voelen. En belangrijker: er zijn heel veel grote soldaten die je veilig houden. Je hoeft niet meer op de vlucht, en je hoeft niet meer bang te zijn voor pijn. Je mist je vader en je moeder vreselijk, maar de soldaten houden je zo druk bezig, dat je nauwelijks tijd hebt om daarover na te denken. Je leert allerlei nieuwe dingen. Als je niet goed je best doet op de taken die de soldaten je geven, riskeer je een flinke afranseling. En dat ene vriendje die je in het kamp hebt weten te maken, hebben ze al doodgeschoten omdat hij ongehoorzaam was. 
 
De rebellensoldaten leren je dat moorden goed is. Iedereen hitst je op om het te doen. Net zoals je niet wist of het nou wel of niet mocht, om een konijn in het bos pijn te doen, weet je ook niet of het wel of niet goed is om mensen te vermoorden. Maar de volwassenen zeggen dat het goed is. En je hebt geleerd dat volwassenen altijd gelijk hebben. Hoe meer mensen je vermoordt, hoe beter de soldaten je behandelen. Iedereen is trots op je. En iedereen heeft respect voor je. Maar dan komt er een tijd waarin je je niet zo lekker voelt. Je moet toch mee gaan vechten, maar je bent niet scherp. Er is één laf jongetje, die al heel lang een hekel aan je heeft. Hij is jaloers, want hij durft zelf niet te moorden, en daarom krijgt hij vaak slaag, en krijgt hij heel weinig te eten. Als je op de vijand afrent, schiet het jongetje je in je rug. Gelukkig, het is een schampschot, maar het scheelde niet veel. Als je niet snel ingrijpt, schiet het jongetje je de volgende keer misschien wel dood. Daarom moet je hem laten zien dat jij dapper bent, en veel sterker dan hij. 
 
In het kamp besluit je hem in elkaar te slaan, zodat iedereen kan zien wat er gebeurt als ze jou proberen neer te schieten. Het werkt. Het jongetje durft zijn jaloezie niet eens meer te laten zien. Als je in de toekomst respect wil houden, weet je wat je te doen staat. De andere jongens en meisjes laten merken dat ze met jou niet kunnen spotten. En dat doe je dan ook. Na zes jaar is het vechten heel normaal voor je geworden. Het is het leven. En van de tijd voordat je mee moest vechten, herinner je je nog maar weinig. Oorlog is het leven. Maar dan kondigt iemand ineens aan dat het vrede is. Maar wat is vrede? Je moet je wapen inleveren. Maar dat zie je niet zitten. Wat moet je zonder wapen beginnen? Als er gevechten zijn, ben je weerloos zonder geweer. Je weigert dan ook, maar je hebt geen keuze. Ze nemen je geweer af, en je wordt in een kamp gezet. Sommige jongens hebben nog een mes, of een ander wapen, en constant breken er onderling gevechten uit. Iedereen is volkomen in de war. Er is ineens geen commandant meer, dus willen alle jongens de baas zijn. 
 
In het tehuis zijn een aantal volwassenen. Ze organiseren sportwedstrijden, en spelletjes. Leuk, maar soms lopen ook die uit op gevechten. En ze vertellen je rare dingen. Dat wat je gedaan hebt, niet goed is. Dat je nooit meer mag doden. Dat het heel erg slecht is om geweld te gebruiken. Je weet niet goed wat je ervan moet denken. Als de vijand voor je neus staat, moet je dan gewoon afwachten totdat hij jou vermoordt? En er is je altijd verteld dat moorden en geweld gebruiken juist heel goed is. Misschien zijn de tehuismensen volkomen gek. Maar het zijn burgers, die altijd voor zich hebben laten vechten. Waarschijnlijk weten ze niet beter. In het tehuis ben je constant bang dat de vijand je zal overmeesteren. Je zou er heel wat voor over hebben om weer aan een wapen te komen, maar je weet niet hoe. De andere jongens praten nauwelijks met je. Iedereen wil zich bewijzen, en niemand weet echt wat er gaande is. En bovendien: iedereen verveelt zich rot, de hele dag in het tehuis. Er is niets te doen. En dat leidt tot rottigheid. Je voelt je hopeloos. Wat moet je doen? Je voelt je een gevangene. En wat gaat er eigenlijk met je gebeuren?
 
Je doet je best om je hetzelfde als alle burgers te gedragen. Dat gaat moeilijk, want niemand legt het je uit, maar met veel vallen en opstaan leer je het. Je maakt wat vrienden, en iemand biedt je de kans om naar school te gaan. Dat wil je graag, want je hebt inmiddels geleerd dat scholing de enige manier is om een baan te krijgen. Maar hoe hou je jezelf staande als je hele dagen naar school moet? Hoe kom je aan geld voor eten? Waar krijg je onderdak? Bij wie kan je terecht voor hulp en advies? En welke richting moet je studeren? Van geweld weet je inmiddels dat dat thuishoorde in de oorlog. Een tijd waarin alles op zijn kop staat. Vrede, zo blijkt, is het 'normale' leven. Maar wat mensen ook over je zeggen: jij weet dat je geen andere keuze had dan te moorden tijdens de oorlog. Anders was je er zelf niet meer geweest. En dat je alles overleefd hebt, daar ben je trots op. Je begrijpt heel goed wat het verschil is tussen oorlog en vrede. In oorlog doen mensen dingen die niet normaal zijn, en in oorlogstijd vallen er doden. In vredestijd hoeft dat allemaal niet meer. Er kan niet zomaar een vijand uit het niets komen, die je dood wil hebben. Je zweert het geweld voorgoed af. Je wil normaal zijn, bij de andere mensen horen. Een toekomst opbouwen, en voor jezelf kunnen zorgen. Niemand zal jou in de toekomst nog iets wijs maken. Of iets goed of slecht is, dat wil je zelf voortaan kunnen bepalen. En oorlog? Dát nooit meer....
 
Wordt vervolgd....
reacties 5 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 2457


Wat zijn kindsoldaten?
Maatschappij/Internationaal | Kindsoldaten bibliotheek | 23 Februari 2009 | 18:04:40

Kindsoldaten
Lees dit rapport in boekvorm
Download in PDF formaat

Wereldwijd zijn er tussen de 250.000 en 300.000 kindsoldaten. Althans, dat stelt de VN. Dit aantal is in de afgelopen tien jaar vrijwel stabiel gebleven, ondanks alle inspanningen van internationale instituties, de introductie van informele internationale wetgeving, en het eindigen van verschillende Afrikaanse oorlogen, waaraan tienduizenden kindsoldaten deelnamen. Het aantal kindsoldaten dat wereldwijd mee zou vechten in oorlogen, of anderszins actief zou deelnemen aan gewapende strijd, berust op een zeer ruwe schatting, die betwistbaar is.

In Sierra Leone bijvoorbeeld, ondergingen in totaal 6.845 kindsoldaten een demobilisatie en rehabilitatieproces[i], waarvan een deel van hen nooit had gevochten of bij de gewapende groeperingen aangesloten was geweest. Zij hadden op andere manieren aan een wapen weten te komen, waarmee zij zichzelf bij de autoriteiten presenteerden om te profiteren van de reïntegratieprogramma’s. Daarnaast zijn vele vrijwillige ex-kindsoldaten in Sierra Leone nooit ‘officieel’ demobiliseerd[ii], en hun ‘koppen’ zijn dan ook nooit geteld. Maar ook gedwongen kindsoldaten in Sierra Leone besloten in vele gevallen geruisloos terug naar huis te keren, uit angst dat deelname aan reïntegratieprogramma’s een stigmatiserend effect op hen zou hebben. Deze kindsoldaten zijn nooit opgenomen in de tellingen, terwijl kinderen en jongeren die niet hebben gevochten ten onrechte wel werden meegeteld. Het werkelijke aantal kindsoldaten kan daarom zowel meer als minder dan 300.000 bedragen.

DEFINITIE KINDSOLDAAT

Elk persoon, jonger dan 18, die deel uitmaakt van een reguliere of irreguliere gewapende macht of groepering, eender in welke hoedanigheid. Onder de term kindsoldaten vallen daarom ook koks, spionnen, boodschappers, portiers, en ieder ander die zich aan de zijde van gewapende groeperingen bevindt, anders dan familieleden. De definitie sluit ook meisjes in die voor seksuele doeleinden worden gerekruteerd, of tot huwelijken worden gedwongen. Een kindsoldaat is derhalve niet enkel een kind dat wapens draagt, of heeft gedragen.
(Cape Town Principles, opgesteld door de VN in 1997)


EEN NIEUW FENOMEEN?


De afgelopen tien jaar is er in de media veel aandacht voor kindsoldaten. De actieve deelname van kinderen aan oorlogen wordt veelal als een nieuw verschijnsel beschouwd, wat voort zou komen uit een veranderde manier van oorlogsvoering in ‘minder ontwikkelde landen’ en de toename van de verspreiding van lichte wapens, die makkelijk bediend zouden kunnen worden door kinderen. De grote aandacht voor dit fenomeen kwam naar aanleiding van een rapport dat in 1996 werd opgesteld Graça Machel[iii] in opdracht van de kinderrechten organisatie van de VN, UNICEF.

HISTORIE

Deelname van kinderen aan gewapende strijd is echter geenszins een nieuw verschijnsel. Het vroegste bewijs van betrokkenheid van kinderen bij gewapend conflict, dateert uit het Spartaanse tijdperk waar jongens vanaf 7-jarige leeftijd militaire training kregen[iv]. In de Middeleeuwen werden de schandknapen van ridders als jonge tieners geïnitieerd in hun beroep, toen Napoleon luitenant werd was hij minderjarig, en ook in de Amerikaanse Burgeroorlog waren er kindsoldaten onder de gelederen[v].

In het 19e eeuwse Cheyenne was het de gewoonte dat jongens op 14 of 15-jarige leeftijd hun eerste oorlogservaringen opdeden[vi]. Tot voor kort werden ook in West-Europese en de Amerikaanse legers minderjarigen ingezet in de gewapende strijd. In Groot-Brittannië is men pas zeer recent gestopt met de inzet van 17-jarigen in gewapende strijd, en in Nederland maken 17-jarigen nog altijd deel uit van het nationale leger.

PROLIFERATIE VAN LICHTE WAPENS

Vaak wordt de oorzaak van het voorkomen van kindsoldaten gelegd bij ‘het feit’ dat in deze moderne tijd ultralichte wapens geproduceerd worden, die makkelijk door kinderen bediend kunnen worden. Jonge mensen zouden nu makkelijker kunnen deelnemen aan gewapend conflict, waar vroegere wapens, vanwege hun complexiteit in bediening en gewicht, alleen gehanteerd zouden konden worden door volwassenen[vii].

Er bestaat echter geen enkel bewijs dat de makkelijke verkrijgbaarheid van lichte wapens verband houdt met de inzet van kindsoldaten: lichte wapens worden reeds sinds 1861 geproduceerd[viii]. Bovendien worden in vele oorlogen andere wapens dan vuurwapens gebruikt. De oorlogen in Rwanda, Sierra Leone en Liberia, waar veel kindsoldaten meevochten, werden bijvoorbeeld grotendeels met machetes (kapmessen) en cutlasses (messen voor landbouw) uitgevochten.

VERANDERDE MANIER VAN OORLOGSVOERING

Door veranderde manieren van oorlogsvoering zouden kinderen nu een voornaam doelwit van gewelddadigheden en rekrutering vormen, waar daar in vroeger tijden een taboe op gerust zou hebben. Hedendaagse conflicten in ‘minder ontwikkelde landen’ zouden gewelddadiger zijn en er zouden meer wreedheden worden begaan[ix]. Traditionele oorlogen zouden duidelijke politieke doeleinden hebben gekend en uitgevochten zijn naar algemene wetten van oorlogsvoering, waar nieuwe oorlogen worden beschouwd als doelloos, hyperpolitiek, een manier van leven[x], of gedreven door economische hebzucht. Politieke doeleinden zouden plaats gemaakt hebben voor meer lokale en onmiddellijke doeleinden, en het ontstaan van oorlogseconomieën. Geweldpleging zou vaak geen ander doel hebben dan de instandhouding van conflict ten behoeve van materieel gewin[xi].

Maar hoe oorlogen ook worden gevoerd, en om welke redenen oorlogen ook worden gevoerd, een typisch kenmerk van oorlogen is de bloederigheid ervan, en in iedere oorlog vallen burgerslachtoffers. Oorlog is strategie, sterker zijn dan de vijand, maar bovenal slimmer zijn dan de vijand. In oorlogen, waar ook ter wereld, bepalen de gewapende groeperingen meestal zelf de regels, en werden oorlogen in de geschiedenis ook niet netjes volgens ‘de regels’ uitgevochten. Moraliteit en oorlog gaan nu eenmaal slecht samen. Oorlog is oorlog. De oorzaak van het vaker voorkomen van kindsoldaten in hedendaagse oorlogen moet dus ergens anders gezocht worden.

KINDERTIJD

De deelname van kinderen aan oorlogen is dus niet nieuw. Wat wel nieuw is, is de veroordeling ervan (op het ethische, culturele en sociale vlak). Deze veroordeling hangt samen met veranderende ideeën over de kindertijd als aparte levensfase. In een groot aantal landen ter wereld worden kinderen vrijgesteld van arbeid en het dragen van verantwoordelijkheden, en bestaat er een ideaalbeeld dat kinderen een ‘zorgeloze kindertijd’ zouden moeten genieten. Dit is echter geen vanzelfsprekendheid. In vele landen werken kinderen mee om hun families te onderhouden, en is het onmogelijk hen weg te houden van ellende en verantwoordelijkheden. Niet meewerken betekent in veel gevallen dat kinderen geen eten kunnen krijgen; hun ouders kunnen zonder de inzet van hun kinderen simpelweg niet genoeg geld verdienen om het hele gezin te onderhouden.

Het idee van een aparte kindertijd als zorgeloze levensfase past alleen bij welvaartsstaten, waar gezinnen zich het kunnen veroorloven hun kinderen vrij te stellen van arbeid. In verschillende samenlevingen worden kinderen verantwoordelijkheden toegewezen en bestaat er geen duidelijk onderscheid tussen werk en spel[xii]. Competentie wordt vaak bepaald aan de hand van het vermogen bepaalde taken uit te voeren en het vermogen bepaalde verantwoordelijkheden te dragen[xiii].

In sommige samenlevingen worden personen op 14-jarige leeftijd als volwassene gezien[xiv], terwijl in andere samenlevingen volwassenheid pas wordt bereikt op 35-jarige leeftijd[xv]. Verschillen in omgevingsvoorwaarden spelen een belangrijke rol in de mogelijkheden en uitdagingen waar mensen zich voor gesteld zien en daarmee op de taken en verantwoordelijkheden die de leden van samenlevingen toebedeeld krijgen. De situatie bepaalt welke bijdrage kinderen aan de samenleving moeten leveren en hoe hun rol daarin gewaardeerd wordt. Kindertijd, jeugd en adolescentie moeten daarom beschouwd worden als sociale en culturele constructies, die direct samenhangen met socio-economische, politieke en omgevingsfactoren[xvi]. De kindertijd is dus een constructie die samengaat met levensomstandigheden. Het is variabel, en contextspecifiek[xvii].

UNIVERSELE KINDERRECHTEN

De definitie van kindsoldaten werd opgesteld in het kader van de universele mensenrechten, die ieder mens verondersteld wordt te hebben, in gelijke mate. Met het vastleggen van de universele mensenrechten en bijbehorende kinderrechten, probeerde de VN een informele internationale wetgeving op te stellen, die fenomenen als actieve deelname aan gewapende strijd door kinderen, in de toekomst te voorkomen en bestrijden.

Omdat kinderen vanwege hun afhankelijkheid verondersteld worden niet voor hun eigen rechten op te kunnen komen, wordt hen door de VN speciale bescherming verleend door middel van de Conventie inzake de Rechten van het Kind (CRC). In deze conventie worden personen die jonger zijn dan 18 jaar verondersteld mentaal onontwikkeld te zijn en niet in staat weloverwogen beslissingen te nemen over hun eigen leven en toekomst, vanwege hun zogenoemde psychologische onvermogen alle mogelijke consequenties van hun handelen tegen elkaar af te wegen[xviii].

Ieder kind zou het recht hebben om in een staat van vrede en veiligheid, door middel van adequate gezondheidszorg, toegang tot onderwijs en de beschikking over vrije tijd, tot volledige ontwikkeling te komen. De familie wordt daarbij aangemerkt als de fundamentele groep in de samenleving, die in de zorg en het welzijn van het kind kan voorzien. Ieder kind zou daarom op moeten groeien in familiekring, in een atmosfeer van geluk, liefde en begrip.

HOE UNIVERSEEL IS UNIVERSEEL?

Hoewel de universele kinderrechten misschien nastrevenswaardige idealen zijn, zijn het ook idealen die echter zelfs in vredestijd in vele verschillende samenlevingen niet haalbaar blijken. In verschillende gemeenschappen is het bijvoorbeeld normaal dat kinderen bij vreemden opgroeien, omdat dit voor hen de enige manier is om te kunnen overleven. In gebieden waar grote armoede heerst, moet men vaak roeien met de riemen die men heeft, en is het vaak juist in het belang van het kind, als men naar andersoortige manieren van opvoeden zoekt. In oorlogssituaties raken vele kinderen één of beide ouders kwijt, en soms zelfs hun volledige familie. Daarnaast vallen voorzieningen als gezondheidszorg en onderwijs vaak voor langere tijd weg. Het is daarom voor de hand liggend dat gemeenschappen andere oplossingen moeten zien te vinden om de jongsten onder hen te verzorgen, en is men niet altijd in staat kinderen volledige bescherming te bieden.

‘Begrip’ over eigen handelen verschilt van mens tot mens, en dus ook van kindsoldaat tot kindsoldaat. De achttienjarige leeftijd is geen magische grens, waarop ‘begrip’ ineens neerdaalt uit het onzichtbare. Begrip groeit met de jaren, en met de omstandigheden. Een twaalfjarige die al jarenlang in een oorlogssituatie leeft, en van zijn omgeving leert dat moorden, doden, martelen en verkrachten ‘slecht’ is, heeft een heel ander begrip dan een twaalfjarige die nooit direct met gevechtshandelingen te maken heeft gehad, en ook nooit iets heeft geleerd over geweldpleging in oorlogen. Welk begrip kindsoldaten over hun eigen handelen hebben, hangt dus af van hun ‘socialisatie’ en hun levensomstandigheden.

WIE ZIJN KINDSOLDATEN?

Hoewel we het steeds over ‘kindsoldaten’ of ‘de kindsoldaat’ hebben, zijn er onder hen meer verschillen dan overeenkomsten aan te wijzen. Redenen voor deelname aan gewapende strijd door kinderen en jongeren zijn zeer uiteenlopend. Er zijn gevallen bekend van vierjarige kinderen die ontvoerd werden door gewapende groeperingen en ingezet werden als levend ‘kanonnenvoer’. Er zijn gevallen bekend van kinderen die geboren worden binnen gewapende groeperingen en van baby af aan worden opgevoed tot strijder. Het merendeel van alle kindsoldaten echter, ongeveer 70%, is ouder dan twaalf jaar. En niet alle kindsoldaten worden door middel van dwang of ontvoering gerekruteerd. In tegendeel. De overgrote meerderheid meldt zich vrijwillig aan[xix]. Omdat geen kwantitatief onderzoek wordt verricht naar de manieren van rekrutering, bestaat er geen sluitende informatie over de precieze aantallen. Volgens de laatste schattingen neemt ongeveer 70% van de kindsoldaten zelf het initiatief tot deelname[xx].

Samengevat bestaan er dus verschillende soorten kindsoldaten:

-       Jonge kinderen (0-12)                                                           (naar schatting 30%)

-       Jongeren (12-18)                                                                  (naar schatting 70%)

-       Vrijwillige kindsoldaten                                                          (naar schatting 70%)

-       Gedwongen kindsoldaten                                                       (naar schatting 30%)

WAT ZIJN DE VERSCHILLEN?

Kindsoldaten verschillen niet alleen in leeftijd en de manier waarop ze gerekruteerd worden van elkaar; ook hun ervaringen zijn zeer uiteenlopend. Sommige kindsoldaten leven bij hun gewapende groeperingen in voortdurende angst, sommigen van hen ontpoppen zich tot leiders en krijgen op een bepaalde manier plezier in het vechten, en weer anderen nemen niet graag deel aan gevechten, maar verblijven wel liever bij de gewapende groeperingen omdat ze zich dan meer beschermd voelen, dan als burger.

Ook na hun deelname zijn er veel verschillen aan te wijzen tussen ex-kindsoldaten. Een aantal van hen houden zware psychologische trauma’s over aan hun deelname, een aantal van hen ondervind psychologische problemen maar kunnen desondanks goed functioneren, een aantal van hen kan geen afscheid nemen van het vechten en gaat op zoek naar andere oorlogen, anderen ondervinden helemaal geen problemen bij hun reïntegratie en bouwen zelfstandig succesvol een nieuwe toekomst op. Veruit de meeste ex-kindsoldaten ondervinden nauwelijks tot geen psychologische problemen, maar kunnen vaak op sociaal gebied moeilijk in de naoorlogse samenleving integreren[xxi].

Hoe kindsoldaten hun tijd bij een gewapende groepering beleven, verschilt van persoon tot persoon. Net als het rehabilitatieproces. Toch zijn er een aantal factoren aan te wijzen die een grote rol spelen:

1. Hun rol of functie binnen de gewapende groepering: Er zijn grote verschillen aan te wijzen tussen degenen die vochten, en degenen die indirect deelnamen aan de gewapende strijd. Daarnaast heeft hun functie of rol invloed op hun ervaringen. Als de functie bijvoorbeeld niet bij de capaciteiten of talenten van de persoon past, of juist heel goed past, dan zullen de ervaringen uiteenlopen.

2. Of ze wel of niet invloed kunnen/konden uitoefenen op hun situatie: Ook al worden kinderen gedwongen tot deelname, wil dat nog niet zeggen dat zij geen enkele invloed kunnen uitoefenen op hun situatie. Vele kindsoldaten ontwikkelen strategieën waardoor zij bijvoorbeeld niet of minder vaak hoeven mee te vechten.

3. Hoe ze zich hun rol of functie eigen maken of zelfs vormgeven: Slechts in uitzonderlijke gevallen wordt kindsoldaten van minuut tot minuut verteld wat ze wel en niet mogen en moeten. Van het LRA in Oeganda is bijvoorbeeld bekend geworden dat kindsoldaten zelfs niet onderling mogen spreken, of plezier maken. In de meeste gevallen echter, krijgen kindsoldaten verantwoordelijkheden en functies toegewezen, waarin zij een grote mate van vrijheid krijgen.

4. Het karakter van de gewapende groepering: Sommige gewapende groeperingen voeren een terreurbewind over hun kindsoldaten, andere gewapende groeperingen echter, beschouwen de jongsten onder hun gelederen juist als heel waardevol. De behandeling die de verschillende gewapende groeperingen hanteren voor hun kindsoldaten, is van grote invloed op hun ervaringen. Daarnaast spelen de tactieken en strategieën die de gewapende groepering hanteren een grote rol: de RUF in Sierra Leone bijvoorbeeld gebruikte terreur als belangrijkste wapen. Kindsoldaten werden gedwongen burgers te verminken, en te vernederen. De Kamajors, een andere gewapende groepering in Sierra Leone, probeerde de burgers juist te beschermen tegen de rebellen, en werd er door vele ex-kindsoldaten slechts gedood in gevechtssituaties.

5. Het doel van de gewapende groepering: Er bestaan grote verschillen tussen vechten voor ‘the good guys’ en vechten voor ‘the bad guys’. Wie voor de ‘good guys’ vecht, brengt een offer, maar wel een offer waar vele ex-kindsoldaten uiteindelijk trots op zijn. De jongste rekruten begrijpen vaak niet wat de inzet van hun gewapende groepering is, en geloven in de doctrines die hen worden bijgebracht. Jongeren begrijpen echter vaak juist heel goed waar de gewapende strijd om gaat, en waar hun groepering voor vecht. Als jongeren ontvoerd worden door een rebellengroepering, die zij zelf als de vijand beschouwen, ervaren zij hun tijd als kindsoldaat heel anders dan wanneer ze gerekruteerd zouden zijn geweest door een groepering achter wiens ideologie zij zich hadden kunnen scharen.

6. De mening van ‘burgers’ en buitenstaanders over hun participatie en de gewapende groepering  waarbij zij vechten/vochten: Kindsoldaten die niet begrepen waarom ze vochten, hebben er vaak moeite mee hun eigen deelname in perspectief te plaatsen. Sommigen dachten jarenlang dat ze voor ‘de goede zaak’ vochten en werd hen pas na de oorlog duidelijk hoe destructief hun gewapende groepering geweest is. Hoe kindsoldaten hun deelname ervaren is niet statisch en verandert door de jaren heen, zelfs na hun rehabilitatie. De manier waarop anderen tegen hun deelname aankijken, is daarbij van doorslaggevend belang.

WAAROM VECHTEN KINDEREN MEE?

GEDWONGEN KINDSOLDATEN

Vele commandanten en officieren hebben verklaard kindsoldaten te gebruiken omdat zij gehoorzamer zijn dan volwassen, minder vrees kennen, en makkelijk te beïnvloeden zijn. Daarnaast heeft de inzet van kinderen een belangrijk strategisch voordeel: veel legers kennen een verbod op geweld tegen kinderen, en zij mogen dan ook het vuur niet openen op minderjarigen. Gewapende groeperingen die weinig steun krijgen van de bevolking, en toch de strijd willen voortzetten, kunnen vaak niet genoeg vrijwillige rekruten aantrekken. Zij gaan over tot ontvoeringen om mensen te dwingen zich bij hen aan te sluiten. Een kind is makkelijker te ontvoeren en te dwingen dan een volwassene.

VRIJWILLIGE KINDSOLDATEN

De belangrijkste redenen voor participatie zijn armoede, wraak, economische of educatieve mogelijkheden, bescherming en de aanwezigheid van gewelddadig conflict. In gebieden die getroffen worden door oorlogen zijn vaak weinig voorzieningen aanwezig. Deelname aan gewapende groeperingen kan de enige kans op onderwijs, voedsel of onderdak betekenen en daarom een aantrekkelijk alternatief bieden[xxii].     

HET PRINCIPE VAN VRIJWILLIGHEID

‘Hoe vrijwillig is vrijwillig?’ is een vraag die onherroepelijk verbonden is met het fenomeen kindsoldaten. Begrijpen ‘kinderen’ wel genoeg van oorlog om een weloverwogen keuze te maken? Begrijpen ze wel goed genoeg wat ‘de dood’ inhoudt? En kunnen ze de impact van hun daden wel overzien? Op deze vragen is geen eensluidend antwoord te geven. Sommige kindsoldaten hebben inderdaad een zeer beperkt begripsvermogen, maar andere kindsoldaten weten juist heel goed waar de strijd om gaat, wat ‘de dood’ is omdat ze daar bijvoorbeeld van hun eigen naasten getuige van zijn geweest, en velen van hen weten ook exact wat de directe impact van hun daden is.

Vele kindsoldaten zijn belangrijke voorvechters van hun idealen. Soms worden ze bijvoorbeeld al langere tijd onderdrukt door de oudere generaties van hun bevolking, en is gewapende strijd voor hen de enige uitweg om zich ‘vrij te vechten’.

Uit andere redenen voor participatie - namelijk de aanwezigheid van conflict, armoede, wraakneming en economische of educatieve redenen[xxiii] - lijkt in eerste instantie een meer dwingende werking uit te gaan. Toch neemt het grootste gedeelte van de jonge mensen die zich in conflictsituaties bevinden geen deel aan de gewapende strijd en dit vormt een belangrijke aanwijzing voor het principe van vrijwilligheid. Waarom kiest het ene kind er wel voor om deel te nemen aan de gewapende strijd, en het andere niet? Dezelfde vraag geldt overigens voor volwassenen, die veelal om precies dezelfde redenen bij gewapende groeperingen betrokken raken als vrijwillige kindsoldaten[xxiv].

De voornaamste reden waarom jonge mensen zich in de genoemde situaties aansluiten bij gewapende groeperingen is ten behoeve van hun eigen overleving. In oorlogssituaties kunnen kinderen en jonge mensen niet altijd rekenen op de steun van volwassenen. Het zoeken naar andere manieren van overleven, door zich in de zorg van een gewapende groepering te stellen, kan in plaats van als kwetsbaarheid ook als veerkrachtig gezien worden[xxv].

De stelling dat kindsoldaten niet in staat zouden zijn onderscheid te maken tussen verschillende gezichtspunten en belangen, en bovendien de gevolgen van hun geweldpleging niet zouden kunnen overzien, geldt alleen voor de jongste rekruten. Er zijn maar weinig jonge mensen die op zoek gaan naar oorlog, veelal bevinden zij zich al in een oorlogssituatie waar zij geconfronteerd worden met vernielingen van huizen en goederen, extreme gewelddadigheden, brute moorden, en verkrachtingen, vaak zelfs van hun buren of familieleden. Vanwege hun ervaringen zijn zij daarom juist heel goed op de hoogte van de consequenties van extreme geweldpleging en de permanentie van de dood. Ook al zijn ze zelf geconfronteerd met het verdriet dat daaruit voortkomt, toch weerhoudt dat hen er niet van om te gaan vechten. Wraakgevoelens vormen voor velen van hen zelfs een belangrijke reden om de wapens op te nemen[xxvi].

TRAUMA

Een aantal kindsoldaten raakt zwaar psychologisch getraumatiseerd door hun deelname aan de gewapende strijd. Het overgrote merendeel echter, houdt geen significante psychologische trauma’s over aan hun deelname. De uitspraak dat kindsoldaten ‘wandelende tijdbommen’ worden, die ieder moment kunnen ‘afgaan’ en afschuwelijk gewelddadig zouden kunnen worden, is niet gebaseerd op de werkelijkheid. Wereldwijd zouden er 300.000 kindsoldaten meevechten. Jaarlijks. Op het grote geheel gezien, wordt slechts een handjevol van hen in psychologisch opzicht geholpen, en toch doen er zich nauwelijks gewelddadige incidenten rond ex-kindsoldaten voor. De praktijk in Sierra Leone bewijst zelfs dat ex-kindsoldaten banger zijn voor geweld dan hun leeftijdsgenoten die niet hebben gevochten[xxvii].

Net als ideeën over hoe de kindertijd er ideaalgesproken uit zou moeten zien, berust het idee dat vroege emotionele ervaringen de volwassen persoonlijkheid vormgeven op een westers concept[xxviii],  dat voortkomt uit westerse idealen over een zorgeloze kindertijd en westerse denkbeelden over de vermogens en capaciteiten van kinderen. De notie dat kindsoldaten voor het leven verpest zouden zijn, in een cyclus van geweldpleging terecht zouden komen, en ‘wel zwaar psychologisch getraumatiseerd moeten zijn’, is dus helemaal niet zo vanzelfsprekend. Dit heeft deels te maken met verschillen in culturele en sociale opvattingen: Doordat verschillende volkeren en culturen verschillende concepties over de kindertijd hanteren verloopt de ontwikkeling van kinderen overal volgens een ander patroon en kan niet zomaar gesteld worden dat kinderen bepaalde zaken hebben ‘overgeslagen’, dat hun ontwikkeling heeft stilgestaan en dat zij bepaalde fasen van de ontwikkeling zouden moeten inhalen, als gevolg van hun deelname aan de oorlog. In tijden van oorlog of ontberingen is er vaak zelfs sprake van een verhoogde ontwikkeling, waarin kinderen zich in een rap tempo vaardigheden moeten eigen maken voor hun overleven en verantwoordelijkheid voor zichzelf en anderen leren dragen.

Belangrijker echter, is het feit dat gedrag en handelen in de context van oorlog geplaatst moet worden. De meeste ex-kindsoldaten zijn goed in staat om oorlogstijd en vredestijd van elkaar te scheiden. Wat in oorlogstijd noodzakelijk is, wordt in vredestijd niet geaccepteerd. Geen enkel mens wordt geboren met de notie dat moorden niet mag, dit zijn ideeën die ons in opvoeding worden aangeleerd. In oorlog staat de wereld op zijn kop: wat normaal gesproken niet mag, moet nu ineens. Kindsoldaten worden aangemoedigd wreedheden te begaan en worden er om geprezen of zelfs gepromoveerd naar een hogere functie. De jongste kindsoldaten die voor en tijdens hun deelname niet begrepen dat moord, marteling, verkrachting en andere vormen van onderdrukking niet getolereerd gedrag is in een vredige samenleving, leren tijdens hun reïntegratie in het sociale leven (met name de eigen familie, leeftijdsgenoten en school) wat nu wel en niet toelaatbaar gedrag is. Met vallen en opstaan. Kindsoldaten die dat voordien wel begrepen, zullen gewelddadig gedrag (zodra het niet meer functioneel is) uit zichzelf achter zich laten.

KINDSOLDATEN HELPEN

Hoe moeten kindsoldaten nu eigenlijk geholpen worden? Een benadering die uitgaat van de passiviteit van het kind, houdt geen rekening met de veerkracht en het actieve probleemoplossingvermogen die deze kinderen hebben, wat hun copingstrategieën (hoe problemen het hoofd worden geboden) kan ondermijnen[xxix]. Wanneer wordt uitgegaan van emotionele en psychologische zwakten, slachtofferschap en achterstanden in de ontwikkeling, wordt voorbijgegaan aan de kracht die kindsoldaten hebben getoond in extreme omstandigheden, de ontwikkeling die zij hebben doorgemaakt tijdens hun participatie in gewapend conflict en wordt hun status als overlevende genegeerd. Want ondanks hun ontberingen slagen ook zeer veel kinderen erin creatieve oplossingen voor moeilijke omstandigheden te vinden[xxx].

Kindsoldaten komen veelal voor in de armste samenlevingen ter wereld. Enerzijds is het moeilijk om kindsoldaten aparte hulpverlening te bieden, omdat dit in veel gevallen een stigmatiserende uitwerking op hen heeft. Overwogen moet dus worden of hulpverlening hen goed of slecht doet, waarbij als voornaamste doel moet gelden dat zij gerespecteerde leden van hun samenleving moeten worden. Leden die bijdragen aan de wederopbouw van hun samenleving, en stabiele vrede nastreven. Vele burgers zijn angstig voor kindsoldaten, en hebben er daarom moeite mee hen in hun midden te op te nemen en weer te vertrouwen. Ook aan hún zorgen mag niet voorbij worden gelopen.

Psychologische hulpverlening is in veel gevallen (in beginsel) niet nodig. In de eerste plaats omdat psychologisch trauma een niet veel voorkomend verschijnsel is onder kindsoldaten. Veel samenlevingen hebben hun eigen manieren om kindsoldaten weer in hun midden op te nemen, welke benut dienen te worden. Trauma’s kunnen worden aangepraat, en psychologische hulpverlening bieden kan daarnaast een stigmatiserend effect hebben op kindsoldaten, of hen zelfs in een neerwaartse spiraal drukken.

Hulpverlening met inachtneming van bestaande sociale en culturele constructies mag ideaal lijken, echter, in veel oorlogen zijn het juist de bestaande constructies die onderdrukkend werken op jongere generaties, en voor vele kindsoldaten de reden voor hun deelname aan gewapend conflict. Wanneer hulpverlening geen rekening houdt met onderdrukkende factoren in de samenleving, kan hulpverlening juist averechts werken, de reden voor conflict in stand houden, of zelfs nieuw conflict aanwakkeren.

In religieuze samenlevingen, vormt religie een belangrijke tool bij de reïntegratie van kindsoldaten, waaraan in huidige hulpverleningsmodellen voorbij wordt gelopen. Acceptatie door de gelovige gemeenschap, en vergiffenis van God, fungeren als een belangrijk vangnet en een belangrijke leidraad voor wat ‘goed’ en ‘kwaad’ is. Omdat vele kindsoldaten leugens wordt en werd verteld, en zij daar in veel gevallen pas na hun deelname achterkomen, leren zij hun omgeving te wantrouwen. Gelovige kindsoldaten vinden hun waarheid in de religie, waarbij zij niet meer afhankelijk hoeven te zijn van de grilligheid en dubbelzinnige motieven van hun omgeving.

Bij het bieden van hulpverlening moet gekeken worden naar de lange termijn. Korte programma’s die zich concentreren op de ergste nood, werken vaak slechts als een doekje tegen het bloeden en kunnen valse hoop wekken, wat uiteindelijk een desastreuze uitwerking kan hebben op kindsoldaten.

SOCIAAL TRAUMA

De meeste kindsoldaten kunnen vaak op eigen kracht redelijk integreren in de samenleving. Hoewel vaak beweerd wordt dat zij verstrikt raken in een cyclus van geweldpleging, spreekt de realiteit van de dagelijkse praktijk dat tegen. Voor velen van hen geldt echter dat zij een sociaal trauma oplopen door hun deelname: vaak heeft hun professionele ontwikkeling (educatie) lange tijd stil gestaan of is zelfs helemaal niet ontwikkeld. Kindsoldaten hebben daarom na hun deelname vaak moeite een zelfstandig bestaan op te bouwen. Velen van hen zijn een of beide ouders verloren, of kunnen niet meer terecht bij hun families, waardoor zij er alleen voor staan. In arme samenlevingen, waar geen algemene sociale voorzieningen worden getroffen door overheden, en waar de familie de ruggengraat voor sociale zekerheid vormt, leiden kindsoldaten dan ook een heel onzeker bestaan. Velen van hen belanden aan de rand van de samenleving, waar de criminaliteit op de loer ligt.

In landen waar weinig voorzieningen zijn, en er geen goed functionerend sociaal vangnet bestaat, zijn kindsoldaten een speelbal van de samenleving. Om hun situatie minder kwetsbaar te maken, zijn zij het beste geholpen bij praktische hulpverlening, die gericht is op het ontwikkelen van zelfstandigheid, en die bijdraagt aan hun reïntegratie op sociaal niveau.

Het allerbelangrijkst voor hun reïntegratie in de samenleving is, dat kindsoldaten geaccepteerd en vergeven worden door hun omgeving. Als de samenleving er niet voor openstaat kindsoldaten weer op te nemen in hun midden, kan men het beste eerst proberen uit te vinden wat daar de reden voor is. In Mozambique bijvoorbeeld, geloofden sommige gemeenschappen dat kindsoldaten bezeten waren, en moesten er eerst ‘reinigingsrituelen’ uitgevoerd voordat de kindsoldaten weer opgenomen konden worden. In Sierra Leone werden er door de overheid en de VN campagnes gevoerd, die er bij de bevolking voor pleitte kindsoldaten weer in hun midden op te nemen. Dit werkte goed, mede omdat ‘vergiffenis’ een belangrijke culturele waarde is in Sierra Leone. Nu 8 jaar na hun reïntegratie blijkt echter dat ‘burgers’ nog steeds zeer negatieve ideeën hebben over ex-kindsoldaten. Omdat men denkt dat kindsoldaten niet kunnen veranderen, blijven burgers angst houden voor ex-kindsoldaten. Hierdoor voelen ex-kindsoldaten zich buitengesloten en is het voor hen moeilijk sociale relaties aan te gaan. Mensen proberen te leren dat kindsoldaten wel degelijk kunnen veranderen is één mogelijk, maar zien is geloven, en daarom zouden kindsoldaten de kans moeten krijgen zich te bewijzen. Wie kan laten zien dat hij veranderd is, bijvoorbeeld omdat er geen verschillen meer bestaan tussen hen en hun leeftijdsgenoten, wekt meer vertrouwen bij ‘burgers’.

Meedoen is een belangrijke voorwaarde voor reïntegratie. En meedoen betekent dat kindsoldaten met beide benen stevig in de maatschappij geplant moeten worden. Door hen naar school te laten gaan bijvoorbeeld, of hen een beroep te leren, waardoor ze een baan kunnen vinden, en een ‘normaal’ leven kunnen leiden.

INGRIJPEN - JA OF NEE?

Als kindsoldaten op eigen kracht redelijk kunnen reïntegreren, pyschologisch trauma niet zo vaak voorkomt en bovendien hulpverlening stigmatiserend kan werken, moet je kindsoldaten dan eigenlijk wel helpen? Het antwoord is ja. Een sociaal trauma mag niet onderschat worden: wie niet meekomt in de samenleving, leeft zijn leven in eenzaamheid en wie niet op eigen benen kan staan, is in een arme samenleving zelfs onzeker over zijn eigen overleven.

Integreren bestaat op verschillende niveaus. Leren wat de normen en waarden van de naoorlogse samenleving zijn, en gewelddadig gedrag ‘afleren’ is maar een klein onderdeel van het integratieproces. Kindsoldaten leren uiteindelijk door sociale omgang en interactie met anderen het beste wat de normen en waarden van de samenleving zijn, en doordat jonge mensen nu eenmaal graag ‘ergens bij willen horen’ zit daar een belangrijke sleutel voor hun reïntegratieproces. Op school bijvoorbeeld, kunnen ze onder hun leeftijdsgenoten leren wat wel en niet geaccepteerd gedrag is onder hun eigen leeftijdsgroep. In de eigen familie, of omgeving leren kindsoldaten over de samenlevingsnormen en  waarden en de cultuur. Kindsoldaten die geen ouders meer hebben, of niet meer bij hun familie terecht kunnen, zijn het beste af in een familiesetting, waar zij ondersteuning van kunnen krijgen en de nodige ondersteuning om zich aan een leven als burger aan te kunnen passen. Een tehuis is slechts voor een korte tijd een goede oplossing, en dient niet voor meer te dienen dan als transitie fase, omdat het leven in tehuizen typisch anders is dan een leven in de samenleving en kindsoldaten juist moeten leren hoe het ‘gewone leven’ in elkaar zit.

Kindsoldaten die als jongere, of jongvolwassene uit de strijd komen, kunnen zich daarentegen soms slecht aanpassen aan het familie- of gezinsleven, omdat zij tijdens hun periode bij de gewapende groeperingen een grote mate van vrijheid gekend hebben. Sommigen van hen hebben wat stimulans nodig om zich aan te passen, terwijl anderen er meer bij gebaat zijn een zelfstandig bestaan op te bouwen. Kindsoldaten die bij de gewapende groepering een partner en kinderen hebben gekregen, moeten na afloop van de oorlog vaak gedwongen scheiden van hun gezin. Soms door inmenging van anderen, maar meestal doordat zij hun gezinnen niet kunnen onderhouden en jongens daarom liever hun eigen weg gaan. Veel meisjessoldaten blijven daardoor met de zorg voor hun kinderen achter, een situatie die even onhoudbaar als stigmatiserend werkt. Slechts een handjevol van deze meisjes kan uiteindelijk weer bij de eigen families terecht. In sommige samenlevingen worden meisjessoldaten met kinderen juist uitgestoten, omdat men gelooft dat ze promiscue zijn, of hun kind iets duivels moet hebben.

Vooral zowel de jongens- als de meisjessoldaten en hun kinderen geldt dat ze vaak een hele slechte positie hebben in de samenleving. Ze hebben nooit een vak geleerd, ze kunnen vaak niet lezen en schrijven en ze hebben niemand die hen ondersteunt. Veel jongens komen daardoor in de criminaliteit terecht, veel meisjes worden prostituee om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien. Sommige meisjes zijn langdurig seksueel misbruikt en hebben daar soms levenslang lichamelijke problemen van. Lichamelijke problemen die soms eenvoudig op te lossen zijn.

PIJLERS VOOR HULPVERLENING

Nietsdoen voor kindsoldaten omdat het stigmatiserend zou werken, is geen verstandige zet. De ervaring leert dat wanneer de bevolking uitgelegd wordt waarom hulpverlening voor ex-kindsoldaten noodzakelijk is, dat ook geaccepteerd wordt. Zolang men niet het idee heeft dat kindsoldaten beloond worden voor slechte daden, staan ‘burgers’ vaak positief tegenover hulpverlening aan kindsoldaten. Met name als een oorlog al een tijdje geleden afgelopen is, en onder de bevolking nog steeds angst heerst voor ex-kindsoldaten, bestaat er onder de bevolking zelfs behoefte en vraag naar hulpverlening aan ex-kindsoldaten.

In Sierra Leone, waar de meeste ex-kindsoldaten in 1999-2000 werden gedemobiliseerd, is deze behoefte duidelijk aanwezig. Nietsdoen betekent in het geval van Sierra Leone bijvoorbeeld dat vertrouwensrelaties maar moeizaam opgebouwd worden, en dat dat stabiele vredesopbouw in de weg staat. Angst voor een herhaling van het verleden weerhoudt mensen ervan in zichzelf of in hun toekomst te investeren. Terwijl die investering juist hoognodig is om het land in economisch en sociaal opzicht opnieuw op te bouwen. Zolang er onder de bevolking angst heerst dat ex-kindsoldaten niet veranderd zijn, omdat ze bijvoorbeeld alleen maar rondhangen en niets te doen hebben, of zelfs in de criminaliteit belanden, En daarnaast is hulpverlening in veel gevallen noodzakelijk omdat kindsoldaten weliswaar gewelddadig gedrag uit zichzelf weten af te zweren, de kwaliteit van hun levens is vaak echter zeer slecht.

Omdat hen te vaak valse beloften zijn gedaan (bijvoorbeeld bij hun gewapende groepering, maar ook tijdens het reïntegratieproces door instituties of organisaties, durven ze niemand in vertrouwen te nemen. Kindsoldaten moeten zelf manieren ontwikkelen om aansluiting te zoeken bij de gemeenschap, en dat kunnen ze alleen als ze zeker zijn van hun eigen positie. Weten waarom ze gevochten hebben, bijvoorbeeld, kan een groot verschil maken. Op school, in lessen over oorlogsgeschiedenis, kunnen kindsoldaten leren hoe de oorlog nou echt in elkaar stak, en leren ze te reflecteren op hun eigen rol in de oorlog. Programma’s zouden scholen kunnen helpen een lespakket op te stellen, waarin kindsoldaten en hun leeftijdsgenoten leren over de oorlog, en de rol van kindsoldaten. In hulpverlening zou meer aandacht besteed moeten worden aan reeds volwassen ex-kindsoldaten die geen of niet afdoende hulp hebben gekregen bij hun integratieproces.

Projecten voor kindsoldaten zouden eerst en vooral om lange termijn reïntegratie moeten gaan, want stabiliteit en zekerheid is voor ex-kindsoldaten het allerbelangrijkst om hun leven weer op te kunnen bouwen. Door middel van scholing, vaardigheidstrainingen, het helpen opstarten van kleine ondernemingen, het helpen zoeken naar een baan, bijvoorbeeld, krijgen (ex) kindsoldaten de tools in handen weer grip op hun leven te krijgen, zodat ze zelf een nieuwe toekomst op kunnen bouwen. Hoognodig, want na de oorlog belanden veel (ex) kindsoldaten in uitzichtloze situaties, waarin de stap naar de criminaliteit klein is. Voormalig kindsoldaten moeten weer meedoen aan het leven, en dat lukt ze alleen als ze volledig geaccepteerd worden door de samenleving. Door ze meer kennis te geven, en hun levensinstelling te veranderen, kunnen (ex) kindsoldaten net als ieder ander een mooie toekomst voor de boeg hebben!

Inhoud:
Dit rapport werd samengesteld door de Kindsoldaten Coalitie Sierra Leone (ex-kindsoldaten in Sierra Leone), en opgesteld door antropologe Ginny Mooy. De inhoud van dit rapport mag vrijelijk gedistribueerd worden voor educatieve doeleinden.

Eindnoten

[i] European Commission report: Support to humanitarian operations in the West Africa Coastal Region.
[ii] Mooy 2007: 63
[iii] Graca Machel was de echtgenote van voormalig president van Mozambique Samora Machel, en is de huidige echtgenote van voormalig president van Zuid-Afrika Nelson Mandela.
[iv] Stavrou et al.: 2000
[v] Peters et al. 2003: 13
[vi] Rosen 2005: 5
[vii] Singer 2005: 46
[viii] Rosen 2005: 14-15
[ix] Singer 2005: 4-5
[x] Rosen 2005: 11
[xi] Gray 2003: 51
[xii] Twum-Danso 2004
[xiii] Leão 2004: 31
[xiv] Wessels 1997
[xv] Twum-Danso 2004: 13
[xvi] Ebo 2004: 128
[xvii] Boyden 2000
[xviii] Singer 2005: 81
[xix] Peters 2004: 6; Bennett 1998; HRW 2003; Utas 2003: 15; Rosen 2005: 17
[xx] Singer 2005: 61
[xxi] Mooy 2007; Annan 2008
[xxii] Brett & Specht 2004; ILO 2003; Utas 2003; Bennett 1998; UNICEF 2002; Aning & McIntyre 2004: 70; McIntyre 2004; Stavrou, Stewart & Stavrou 2000; Peters & Richards 1998
[xxiii] Brett & Specht 2004; ILO 2003
[xxiv] Mooy 2007
[xxv] Boyden 2000
[xxvi] Singer 2005; ILO 2003; Peters et al. 2003; Mawson 2004
[xxvii] Mooy 2007
[xxviii] Summerfield 2000: 424
[xxix] Boyden 2000
[xxx] Summerfield 2000: 430; Mooy 2007; Mooy 2008; Peters 2006; Shepler 2004; Annan 2008
reacties 7 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 2413


Kindsoldaten in de vallei van Guayabas
Taal/Gedicht | Kindsoldaten aan het woord | 23 Februari 2009 | 13:48:28
Kindsoldaten in de vallei van "guayabas"
Ingezonden door: Carlos Peña Perez Alfaro
 

Na het zien van alle gruweldaden die wij daar hebben aangericht,
Valt de leegte zoekend om het jammergeklaag te stoppen.
 
Ik kan me de aangename droom niet meer herinneren
Hoe de bijna werkelijke nachtmerries laten verdwijnen,
alhoewel zij tot het verleden behoren?
 
Bevroren hartslag.
Moederlijke streling van lang geleden is veranderd in dodelijk speelgoed.
Ontvlucht het verleden, onttrekkend aan de eigenschap van de horizon
in het heden, dreigende spookbeelden die misschien niet vervagen en
die de wraakgedachten bewaken.
 
Bedorven kruit voor verscheurende kreten, de geur van het struikgewas,
echter zij hebben mij een toekomst laten zien
waarin de pure oogopslag een stuk van de hemel doet ontwaken
en door de navelstreng leeft in mij een geest zonder verdorvenheid.
De mijne is vol, en die van mijn voorouders is vol van de juiste keuzes.
  
Kindsoldaten in het dal van de guayabas.
Na het zien van de gruwelen die wij zelf begaan hebben,
zoeken we een manier om het geweeklaag niet meer te horen.
Het is afschuwelijk geluid en hoe kun je zo'n reële nachtmerrie wissen
wanneer de wrok uit het verleden nog steeds deel uitmaakt van het heden.
 
De "moederlijke" liefde en aandacht heeft plaats gemaakt voor moordzuchtige spelletjes.
Vluchten uit het verleden laten een sprankje hoop verschijnen aan de horizon,
maar laten de wraakgevoelens niet verdwijnen
en laat het hartverscheurende gegil van het dodelijke buskruit horen
dat nog steeds in het struikgewas hangt.
 
Ongetwijfeld heeft men mij een strukje toekomst laten zien,
die door de verbintenis van mijn navelstreng met mijn "geest"
heldere, onbedorven mooie momenten bevatten.
Mijn hart dat net als het hart  van mijn voorouders gevuld is met al dat leed. 
 
reactie 1 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 909


Issa
Goed doel | Werken met kindsoldaten | 05 December 2008 | 09:30:23
Co. Trouble Dust (II)
Bo, Sierra Leone, 24 November 2008
Ontmoet Issa. Hij is 20, woont in Sierra Leone en doet dit jaar eindexamen voor de middelbare school. Een beetje laat inderdaad, maar door de burgeroorlog kon hij jarenlang niet naar school, vandaar dat hij iets in te halen heeft.

Issa en ik hebben een speciale band met elkaar. Ooit,
bijna twee jaar geleden, dreigde hij me dood te steken omdat hij me niet vertrouwde. Issa joeg me de stuipen op het lijf, eerlijk is eerlijk, en ik heb na die confrontatie ook heel wat moeite gehad om met Issa te blijven werken. Met z'n tweeën op stap, met z'n tweeën op mijn kamer, met z'n tweeën buiten gezichts- en gehoorafstand van andere mensen. Als iemand je al een keer heeft bedreigd, zijn dat toch dingen waar je niet echt naar uit kunt kijken, daar kunt u me voor op mijn woord vertrouwen.
 
Issa vertelde me destijds zelf dat hij niet stabiel was. Als hij niet blowde, werd hij ongedurig, onzeker, ongeduldig, onhebbelijk en agressief. Het was geen makkelijke beslissing om gewoon met hem verder te gaan, en er het beste van te hopen. Toch deed ik het, want ik wilde Issa leren kennen, begrijpen waar zijn gedrag vandaan kwam, en te weten komen hoe hij geholpen kon worden.
 
Toen ik tijdens mijn laatste bliksembezoek aan Nederland mensen vertelde over Issa, noemden sommigen van hen me gewoon dom, stom en stupide dat ik niet gelijk tien kilometer van hem vandaan ben gerend. Een ex-kindsoldaat. Een moordenaar. Beul. Tijdbom. Ik ben gewoon een zweverige, oerdomme, naïeve griet die totaal geen idee heeft van de gevaren in deze wereld. Mijn bril staat op constant helderroze, want voormalig kindsoldaten zijn gewoon zo. Ze zijn agressief, ze blijven agressief, en ze blijven moordenaars. Punt. Ik ben een idioot dat ik denk dat het allemaal anders in elkaar steekt, dat heeft Issa me wel bewezen. Volgens mijn sceptici dan.
 
Destijds wist ik niet zo goed wat ik van Issa moest denken. Hij was nog steeds gevaarlijk, dat vertelde hij me zelf maar al te graag, maar er was ook iets zachts aan hem, waardoor ik het gevoel had dat ik door moest zetten met hem. Dat gevoel heb ik zelf vaak geprobeerd te definiëren, om te kunnen bepalen of het wel goed was wat ik deed, maar het was intuïtie, wat zich niet zo makkelijk laat grijpen. Ben ik gek dat ik op mijn intuïtie vertrouw? Volstrekt niet. Intuïtie is alles wat je hebt in het leven, als je nuchtere beoordelingsvermogen tekort schiet om moeilijke situaties te beoordelen.

Ik deed onderzoek naar jongens als Issa. Ik wist van tevoren dat dat niet makkelijk zou zijn. Met name omdat ik diep in hun levens probeerde door te dringen, waardoor je nu eenmaal ontzettend veel tijd met hen alleen moet doorbrengen. Gesprekken, gesprekken, gesprekken, waarin ik ook nog eens moest doordrammen om tot waarheden te komen. Constant blijven vragen, hen stimuleren hun verhaal te vertellen, me in vertrouwen te nemen en me dingen te vertellen waarvan ze hadden gezworen het nooit aan een ander mens te vertellen. Dat is niet makkelijk, en ik had dan ook van tevoren wel verwacht wantrouwen, zoals in Issa's geval, tegen te komen. Misschien dat ik daarom niet als een hysterische idioot ben weggerend, zoals mijn sceptici zelf zouden hebben gedaan.

Al in het begin van mijn onderzoek, toen ik hem liet blijken niet onder de indruk te zijn van zijn dreigementen, en ik hem als normaal mens bleef behandelen, draaide Issa langzaam maar zeker bij. Hij genoot van de aandacht die hij kreeg, hij huilde bij me, hij stortte zijn hart uit en vertrouwde me met de dag een beetje meer. En hoewel hij me ontzettend veel details heeft verteld, was hij over één ding niet zeker: zijn leeftijd. Hoe oud hij was toen de rebellen hem meenamen. Hij wist het namelijk niet precies. Toen ik hem in 'De Wil om te Doden' optekende, hebben we er dan ook voor gekozen een hele veilige leeftijd te kiezen voor hem, zodat we zeker wisten dat het geen leugen zou zijn.

In 'De Wil om te Doden' beschrijf ik hoe hij als twaalfjarige jongen werd ontvoerd, en ingelijfd door rebellenleger RUF, en hoe hij zich uiteindelijk ontwikkelde tot harde strijder. Een 'gevaarlijke' jongen. Niet dat hij altijd zo happig is geweest om te vechten, want eigenlijk wilde hij niet, in het begin. En omdat hij toen al geen makkelijke jongen was, ging hij bij de rebellen dan ook overal tegenin. Afranseling, na afranseling, na afranseling volgden, en toen hij uiteindelijk de dood in de ogen keek, ging hij toch overstag. Het was doden, of gedood worden. Een andere keuze was er niet.  
Vanaf het eerste moment dat hij me over zijn ervaringen vertelde, hoe hij zich voelde, en de innerlijke overwegingen die hij maakte, dat hij niet wist dat het fout was om te doden bijvoorbeeld, had ik het idee dat er toch iets niet klopte. Als twaalfjarige in Sierra Leone weet je dat soort dingen namelijk dondersgoed. En ook andere ervaringen klopten niet, want uit zijn verhalen kon ik afleiden dat hij werd gedrilld als een klein kind, wat de rebellen echt niet deden bij twaalfjarigen.

Nu bijna twee jaar later, durft ook Issa's familie de verhalen te vertellen. Zijn moeder vertelde dat de rebellen hen overvielen, haar finaal in elkaar hebben getrapt, haar oudste zoon hebben vermoord en Issa onder dwang hebben meegenomen. Of liever: hij mocht kiezen. Of hij ging mee, of ze vermoordden zijn moeder. Issa ging mee. Maar hij was geen twaalf. Hij was vijf. Ze hielden hem bijna acht jaar. In het begin moest hij alleen mee marcheren, klusjes doen, en kreeg hij 'scholing'. Of brainwashing eigenlijk, want het was rebellenideologie die hij ingestampt kreeg. Hij zat acht jaar lang onder de drugs, onder de brainwashing, en onder angst, want tot de laatste dag bij de rebellen heeft hij flink wat lijfstraffen opgelegd gekregen.
 
Toen de oorlog was afgelopen, vond hij zijn weg naar een vluchtelingenkamp, waar een oom hem uiteindelijk vond en hem weer mee naar huis nam. Eind goed, al goed. Of tenminste, dat had zo moeten zijn, maar de omgeving keek hem met de nek aan. Acht jaar bij de rebellen, Issa moest wel door en door slecht zijn geworden. Hij was een paria, hoewel ze hem wel in huis hielden.

In die staat bevond Issa's leven zich, toen ik hem voor het eerst ontmoette. Iemand die werd nageroepen op straat. Iemand die door iedereen werd buitengesloten. Iemand wie men liever niet aanraakte. Alleen de 'bad boys' op school vonden hem interessant, en dat was dan ook zijn sociale cirkel, wat hem alleen nog maar meer problemen opleverde. 's Nachts ging hij op pad om te gokken. Maar niet zomaar. Hij wilde ergens zijn leven opbouwen, meedoen met de anderen, en hij besloot dan ook naar school te gaan met het geld dat hij verdiende. Geen makkelijke stap, want ook op school werd hij niet gedikt.

Issa zette stug door, al was hij niet gelukkig. Een wereld van verschil met nu, want hij is vrolijk, speels, open en werkt ontzettend hard om de eindjes aan elkaar te kunnen knopen. Hij is gemotiveerd, ook al is zijn leven nog zo moeilijk. Hij loopt in vodden, heeft nauwelijks te eten, en zit altijd thuis met zijn familie die niet echt met hem praat. Hij is eenzaam, dat wel, maar hij heeft vertrouwen gekregen in de toekomst.
 
Ik kan me intussen niet meer herinneren waarom ik ooit bang was voor Issa. Na die ene keer, hebben we nooit meer een confrontatie met elkaar gehad, en gaat zijn gedrag in een rap stijgende lijn omhoog. Hij verandert ontzettend, met de dag, en hij zegt zelf dat hij zelfs momenten heeft waarop hij gelukkig is. Soms krijg ik tranen in mijn ogen als ik hem zie groeien, in het openbaar zie spreken, en met andere mensen zie omgaan. Hij is ontzettend intelligent, hij kan goed spreken en durft nu openlijk uit te komen voor zijn problemen. Hij staat steeds meer open voor aanraking, en begint om zich heen te kijken naar het andere geslacht. Hij heeft het idee dat er vast wel meisjes moeten zijn, die hem zien staan.

Allemaal mooi en prachtig, een succesverhaal in wording. Tenminste, als hij deze stijgende lijn weet voort te zetten. Mooi werk, wat me ontzettend veel genoegdoening geeft. Even achterover zitten en genieten, dacht ik bij mezelf. Maar toen gebeurde er iets waardoor ik vreselijk teleurgesteld raakte. Misschien vindt u me overemotioneel, maar het gebeurde, ik geef het eerlijk toe, iets waardoor ik toch een minuut of tien huilend met mijn hoofd in mijn kussen gedrukt heb gelegen. Mijn jongens, Issa voorop, vonden het namelijk tijd me te ongegeneerd te bedanken, in het openbaar.

Midden op een terras volgden de speeches, waarin Issa zei dat hij nog steeds niet kan geloven dat iemand vertrouwen in ze heeft, dat hij zich mens voelt bij mij, iemand die er toe doet, en dat hij daardoor gelooft dat hij inderdaad een mens ís, en iemand kan worden in de toekomst. De woorden 'ik weet dat ik een slecht mens ben, dat ik er daarom niet bij hoor' staken me als een dolk in mijn hart. Ik weet intussen heel goed hoe deze jongens in elkaar steken, en ik zie niets dan goeds van ze in mijn eigen leven.
 
Hoewel ze 17 en ouder zijn (tot 32) zijn het pubers, en hebben ze puberaal gedrag, maar binnen de perken. Naast het bravoure machogedrag, hebben ze stuk voor stuk een zacht karakter. De meesten van deze jongens, zijn ontzettend lief, al klinkt dat u misschien raar in de oren. Onmogelijk? Nee. Het is namelijk juist dát stukje karakter waardoor ze ooit als kindsoldaat werden ingezet. Echte etterbakken zijn namelijk niet zo makkelijk gehoorzaam en gedwee te krijgen als de lieve jongens. En dat was hun pech en geluk. Pech omdat sommigen van hen daardoor jarenlang hebben moeten vechten, geluk omdat het hun levens gered heeft.  
 
Het vervelendst aan hun situatie is, dat mensen die lieve en zachte kant van hen niet willen zien. Eens een moordenaar, altijd een moordenaar, op afstand houden dus. Dat is de houding van de meeste mensen. De eenzaamheid die ze daardoor nog steeds van binnen voelen, werd op die dag, op dat terras, openlijk uitgesproken. Het gebrek aan goede relaties met hun omgeving, en hoe dat nu langzaam verandert. Doordat ze naar school gaan. Doordat ik ze soms iets toestop zodat ze zich fatsoenlijk kunnen kleden. Doordat een prominent iemand als ik (hun woorden) vertrouwen in ze heeft, ze in het openbaar durft aan te raken, met ze dolt en ze behandelt als gelijken. Het is alleen daarom dat hun omgeving langzaam bijdraait. 

Ook al zijn we dus al een heel eind op weg, er moet dus nog veel gebeuren. Meer dan ik gedacht had, eerlijk gezegd. Ik heb me tot nu toe teveel geconcentreerd op beeldvorming buiten de grenzen: wat u in Nederland van deze jongens moet weten. Soms denk ik 'verspilde moeite' want ook bij u is het moeilijk de negativiteit om te keren. Hoe ga ik het dan in godsnaam klaarspelen er hier in Sierra Leone iets aan te veranderen, want deze mensen hebben immers direct onder hun handen geleden. Geen makkelijke taak, waar ik nu al bijna een week flinke hoofdbrekens over heb.

Hoe kan ik wantrouwende Sierra Leonezen en vooringenomen westerlingen laten zien dat dit ook gewone mensen zijn? Dat jongens als Issa juist warmte en stimulans van hun omgeving nodig hebben? Dat hun trauma voortkomt uit het feit dat ze niet geaccepteerd worden, omdat iedereen denkt dat je dom, stom, en stupide bent als je je met 'hun soort' inlaat. Maar dat laatste is juist de clou. Hun levens hier veranderen stapje voor stapje, omdat er iemand is die vertrouwen in ze heeft. Ik zal dus harder moeten roepen, ook al is het vaak tegen betweterige dovemansoren gericht. Hoewel de frustratie me intussen vaak bijna uit mijn oren komt, ben ik vastbesloten u en de Sierra Leonese samenleving te laten zien wat ik zie. Een jongen als Issa die mij uit angst en onzekerheid bedreigde, maar niets liever wil dan iemand vinden die van hem houdt, die hem ziet staan, en die hem als mens beschouwt. Iemand die hem een tweede kans geeft. Iemand die de frustratie ingedrukt kan worden als men negatief over hem blijft denken. Iemand die bang is dat hij geen mens is. Iemand die als vijfjarige werd ontvoerd. Iemand wiens leven hem werd afgenomen. Figuurlijk. Iemand die ervoor strijdt een tweede leven te krijgen. Iemand die alles in zich heeft om ontzettend succesvol te zijn. Iemand die veel liefde te geven heeft. Iemand die het waard is.    
 
Gin
 
Ex kindsoldaat Issa woont in Sierra Leone.
Meer over Issa weten? Lees het boek
'De Wil om te Doden': Ex-kindsoldaten in Sierra Leone van Ginny Mooy, en kijk op de website van Mind to Change: www.mindtochange.nl
reacties 5 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 821


Beste God
Goed doel | Werken met kindsoldaten | 02 December 2008 | 16:09:03
Gesprekken met God
 
Ik geloof niet in God. Al jaren niet meer. Mijn excuses voor de hele jonge lezers die per abuis op mijn website terecht zijn gekomen, maar mijn geloof in God hield op, op de dag dat ik hoorde dat Sinterklaas niet bestaat. Een jongen uit mijn klas, waar ik tussen de middag weleens bij at, vond me maar een dom meisje dat ik nog steeds in beide goedheiligmannen geloofde. Toen mijn moeder me die avond bevestigde dat Sinterklaas inderdaad niet bestaat, trok ik de conclusie dat hetzelfde wel moest gelden voor God. Ik zou me nooit meer zo beet laten nemen, sprak ik met mezelf af.
 
In mijn puberjaren werd ik overtuigd atheïst. God was bullshit, pardon my french, maar in die termen dacht in nu eenmaal in die tijd. Later, toen ik de leeftijd kreeg dat ik me toch wat genuanceerder moest leren uitdrukken, besloot ik alle heilige boeken te lezen, om er zo achter te komen wat ik nu eigenlijk precies geloofde. Ik begreep inmiddels dat God en Sinterklaas twee heel verschillende dingen zijn. Ik las de bijbel, de koran, ayurvedische geschriften, hele dikke boeken over het boeddhisme, de mormoonse bijbel, de jehova bijbel en zelfs de Kabbala, waar ik overigens helemaal niets van begreep. Ik las heel wat leerzame dingen, en ik ging steeds meer van de geschiedenis en van het leven begrijpen, maar het bracht me echt niet dichter bij God. Sterker nog, ik begon me af te vragen hoe mensen überhaupt kunnen denken dat er een God bestaat. Iemand die beter zou zijn dan de mens, ruimhartiger zou moeten zijn, en eigenlijk perfect, alles wat wij mensen niet zijn. Maar dat is God niet, want welk perfect wezen zou mensen laten moorden en doden in zijn naam? Ik als imperfect mens, zou dat nooit, maar dan ook nooit laten gebeuren. Dus de conclusie was simpel: God bestaat niet. De kerk was een gebouw waar mensen hun zakken lichter laten maken omdat ze zich vervelen en graag slaapverwekkende preken aanhoren, zodat ze daarna wat beter de slaap kunnen vatten.
 
Zo dacht ik erover toen ik naar Sierra Leone vertrok, nu twee jaar geleden. Ik was dan ook bijzonder geïrriteerd dat ik tijdens mijn onderzoek steeds meegesleept werd naar de kerk. Maar ja, ik deed onderzoek, en dat hoorde er nou eenmaal ook bij. Ik geef eerlijk toe dat ik negen van de tien keer dat ik mijn respondenten vergezelde naar de kerk op zondagochtend, direct na het stappen, hartstikke hard in slaap ben gedonderd. En na religieuze discussie nummer 110, over het waarom ik toch maar niet in God wil geloven, ben ik ontzettend vervelend uitgevallen tegen de ongelukkige die me toevallig in een hele slechte bui trof. Ik werd gek van de religie, gek van dat gezever over God, en gek van de daadkrachtloze houding van Sierra Leonezen die maar verwachten dat God op een dag het voedsel vanzelf uit de hemel naar beneden zal laten neerdalen.
 
Door Jim begon ik langzaamaan wat milder te worden over God. Jim is ex-kindsoldaat. Hij vocht zes jaar lang. Of langer, want dat weet hij niet precies meer. Lang in ieder geval. Hij was een hele harde jongen in de oorlog. Op zesjarige leeftijd was hij ontvoerd en groeide op met het rebellenleventje, waarin het goed was om te doden, en zo wreed mogelijk te zijn. Ik trok ontzettend veel met Jim op, en zoals ik steeds meer om hem begon te geven, deed hij dat ook om mij. Jim had medelijden met me, en vond het zijn plicht en taak in het leven me te redden. Wat als ik dood zou gaan, dan zou hij me nooit meer tegenkomen in de hemel, en dat was een grote zorg voor hem. En ook onbegrijpelijk, want hij vond mij een goed mens en kan ik in zijn ogen dan ook rekenen op een enkeltje hemel als de tijd daar is, terwijl hij iedere dag ontzettend hard zijn best moet doen om door God vergeven te worden. Van zichzelf.
 
Jim nam me mee naar zijn kerk. 's Ochtends in alle vroegte, op een doordeweekse dag. We gingen naar het altaarkamertje, waar hij God en mij aan elkaar voorstelde. Hij pleitte er bij God voor me in zijn armen te sluiten, want ik was een goed mens, daar kon hij zijn hand voor in het vuur steken, ik wist gewoon niet beter. Met verontwaardiging en ongemak luisterde ik naar het lange gesprek dat Jim met God over mij voerde, waarin ik er met mijn ongelovigheid toch niet al te best uit de verf kwam. Als Jim iets bereikt had die ochtend, is het wel dat ik ervan overtuigd raakte dat God een soort vergif was, dat door zijn aders trok, en waardoor hij gewoon niet helder na kon denken. Maar hoe vaker ik met Jim meeging naar zijn kerk, en hoe vaker hij voor mij bad in mijn aanwezigheid, hoe meer ik begon in te zien dat God een hele grote houvast in zijn leven was.
 
Uiteindelijk hadden we een bijzonder openhartig gesprek, waarin Jim me vertelde dat God hem heeft laten inzien dat hij mens is. Dat wat hij ooit deed, in de oorlog, verkeerd was. Dat God de enige is in het leven op wie hij kan vertrouwen. Mensen hadden hem immers voorgelogen dat moorden goed was, waardoor hij nu grote kans liep uiteindelijk eeuwig in de hel te zullen branden. Mensen zijn veranderlijk in zijn ogen, terwijl God constant is. God houdt van hem, dat weet hij zeker. Er is op aarde geen mens die hem dat gevoel kan geven. Hij wordt uitgekotst en veroordeeld om zijn verleden, maar in zijn ogen geeft God hem de kans de boeten voor zijn daden en een beter mens te worden. Omdat hij zo'n ijverige gelovige is, vindt hij in de kerkgemeenschap een vangnet van mensen die hem steeds een beetje meer accepteren. Voor Jim staat God symbool voor liefde en acceptatie, die hij op geen enkele andere manier kan krijgen.
 
De kindsoldaten waar ik mee werk, hebben stuk voor stuk een hele bijzondere relatie met God. Een relatie waarin ze als mens tot bloei komen, zichzelf leren vergeven en leren liefde in hun hart te voelen. De opgetekende wetten in de bijbel geven hen een duidelijke richtlijn over een 'goed leven'. Geen mens hoeft ze meer iets te vertellen. God heeft het al eeuwen geleden bepaald. God helpt ze zuivere gedachten te hebben, geweld af te zweren en op het rechte pad te blijven. Een effect dat psychotherapie, een menselijke uitvinding, niet zo makkelijk zal kunnen evenaren. God is voor hen dus iets heel moois. Warmte en begrip in hun bestaan. Iets wat ik nooit nodig gehad heb, omdat ik mensen in mijn omgeving heb die me datzelfde kunnen geven.
 
Als ik heel eerlijk ben, heb ik zelf ook altijd momenten gehad, wanneer ik me even heel zielig en alleen voelde, en dat ik in mijn bed in het donker tegen een grote onbekende leegte lag te praten. En die leegte noemde ik God. Een vlaag van verstandverbijstering, zei ik dan altijd later tegen mezelf. Maar het stak me wel altijd een hart onder de riem. Net een ietsje meer dan de beschreven pagina's in mijn torenhoge stapel dagboeken. En dat ik diep in mijn hart toch een heel klein beetje in God geloof, moest ik gisteren wel aan mezelf toegeven toen ik mezelf tegen een hele verdrietige ex-kindsoldaat hoorde zeggen dat hij zijn hart altijd kan luchten bij God, als hij mij niet kan bereiken. Dat ik dat soort dingen zeg is niet nieuw, want ik probeer al langer spirituele ondersteuning voor 'mijn' jongens te vinden, maar daar hield ik zelf toch altijd een grote afstand bij. Gisteravond hoorde ik mezelf tegen God zeggen dat ik hoop dat hij de verdrietige ex-kindsoldaat een beetje op weg wil helpen in het leven. Een smeekbede voor een beter leven voor een jongen die in zijn leven nog geen dag geluk heeft gekend. Ik pleitte bij God voor deze jongen, dat ik zeker weet dat hij een hele goede jongen is, waar ik mijn hand zo voor in het vuur kan steken. Zoals Jim ook ooit voor mij had gedaan.
 
Vanmorgen belde Jim me op. Om me te vertellen dat hij een speciaal gebed heeft gedaan voor mij. God heeft hem namelijk verteld dat hij mij heeft gestuurd om jongens als hij een beetje op weg te helpen. En daarom moet ik soms een beetje extra aandacht in zijn gebeden krijgen. Toen ik ophing deed ik, op mijn manier, een speciaal gebed voor de verdrietige ex-kindsoldaat. Een uur later stond hij voor mijn deur. Hij voelde zich een stuk beter zei hij. Hij wist niet waarom. Wat hij wel wist, is dat hij een tweede kans heeft gekregen van God, en dat hij er alles voor zal doen om die kans ten volle te benutten. Toen ik de deur dichtdeed, zei ik: 'Dank U, God.' In mijn hoofd zei een stemmetje: 'Welkom in het land der gelovigen.' Ik lachte spottend toen ik Lansana, die me nu al twee jaar probeert te converteren, met een triomfantelijke grijns op zijn gezicht zag. Dát was in ieder geval niet van boven gekomen....

Gin


reacties 2 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 687


Resultaten schooljaar 2007-2008
Goed doel | Hulpverlening aan kindsoldaten | 27 November 2008 | 00:16:19
 

Kindsoldaten naar school: Geslaagd of niet?

Terug in Sierra Leone maak ik de balans op van het afgelopen schooljaar. Van onze examenkandidaten zijn er slechts twee geslaagd, de rest is dik en dik gezakt, wat, hoewel begrijpelijk, toch een teleurstellende oogst is. De jongens hebben jaren scholing gemist, en hebben nu examen gedaan over materie, waar ze geen goede grip op hadden. Niet zo gek, maar waarom konden ze niet eerder aan de bel trekken? Als we het eerder geweten hadden, hadden we bijvoorbeeld bijlessen voor ze kunnen regelen, of extra lesmateriaal, of wat dan ook, om ze zo snel mogelijk bij te spijkeren, maar het bleef stil aan hun kant, en dus moeten we nu de consequenties nemen. Van de niet-examenkandidaten is iedereen over naar het volgende jaar, maar bij mij rijst de vraag hoe 'fair' deze promotie hun daadwerkelijke kennis representeert. Het schoolsysteem in Sierra Leone wankelt aan alle kanten, en daar valt niet makkelijk mee te werken. De tussentijdse toetsen en examens gaan over de stof die ze nu leren, het eindexamen over alle voorgaande jaren. Heb je een jaar middelbare school gemist, maar word je wel geaccepteerd op school, dan mis je dus kennis die je bij je eindexamen wel nodig hebt. Handig.

Hoe moeten we dit nu oplossen? We hadden de policy zakken=wegwezen, maar dat kunnen we onder deze omstandigheden niet doorzetten. Een laatste kans programma dus. Volgende week organiseren we een workshop om te inventariseren waar nu precies de problemen liggen. Sommige jongens geven aan zich niet te kunnen concentreren omdat ze niet genoeg te eten hebben of geen goed onderdak, sommigen geven aan dat ze kennis ontberen, en er zijn er een aantal die aangeven dat het corrupte schoolsysteem hen in de weg zit. De docenten stellen hun eigen lesmateriaal op, die ze in stencilvorm moeten kopen. Het geld voor de stencils verdwijnt rechtstreeks in de zak van de docent. Wie de stencils niet koopt, zakt gewoon voor tussentijdse examens. Punt.

Ik heb me het afgelopen jaar wel vaker afgevraagd of het wel zo goed was om de activiteiten van de stichting niet snel uit te breiden, in plaats van wachten totdat deze eerste kleine groep het schooljaar voltooid had. Zowel in Sierra Leone als in Nederland stelden mensen me continu de vraag waarom ik er niet en grootser project van kon maken. Met de fondsenwerving zou het toch best lukken? Achteraf bezien was het de juiste beslissing. We hebben veel geleerd het afgelopen jaar. Wat niet werkt bijvoorbeeld, en waar we meer controle moeten uitoefenen. De deelnemers krijgen nu een contract, waarin ze moeten toezeggen dat ze de stichting op de hoogte zullen brengen van hindernissen in hun onderwijs. We organiseren workshops 'leren studeren' en gaan hard op zoek naar meer sponsoring voor lunchgeld. Want ondanks de tegenvallende resultaten van onze examengroep, is het project toch geslaagd geweest.

Resultaat behalen is natuurlijk een belangrijke pijler van een scholarship project, maar mentale groei en stabiliteit zijn voor voormalig kindsoldaten minstens zo belangrijk. We hebben onze deelnemers het afgelopen jaar op verschillende manieren zien groeien. Doordat ze vertrouwen hebben gekregen in hun toekomst, staan ze meer open voor contacten in de samenleving en durven ze vaker in het openbaar uit te komen voor hun verleden als kindsoldaat, wat belangrijk is voor hun identiteitsvorming. Daarnaast gaat het met hun gezondheid beter: ze hebben minder maagklachten. Ze denken overigens zelf dat die klachten veroorzaakt werden door stress, wat nu sterk verminderd is. Doordat ze steun krijgen van een organisatie hebben familieleden en naaste omgeving meer vertrouwen in hen. Niet alleen omdat ze nu naar school kunnen en niet meer hoeven te bedelen, maar ook omdat we met hun naaste omgeving in gesprek gaan om uit te leggen voor welke moeilijkheden ze stonden als kindsoldaat en voor welke moeilijkheden ze nu nog steeds staan. Alle deelnemers zijn gestopt met het gebruik van drugs en overmatig alcoholgebruik, waar we hen wel bij hebben ondersteund, maar wat ze grotendeels toch op eigen kracht hebben bereikt.

Een aantal deelnemers zullen het project verlaten: sommigen kunnen nu sponsoring krijgen van hun families, en twee van hen omdat zij zich niet aan de regels hebben gehouden. Wat zijn de regels? Bonnen overleggen, resultaten overleggen, en ons in staat stellen met school en familieleden te overleggen over hun scholing, deelnemen aan workshops, oprechtheid, regelmatig naar school gaan, en stoppen met het gebruik van drugs en alcohol.

De structuur voor de implementatie van het scholarship project in Sierra Leone staat. We hebben de vrijwilligers, de contracten, en de lessons learned. We zijn klaar voor een grotere groep, waarvoor we overigens wel de policy zakken=wegwezen zullen hanteren, op de uitzonderlijke gevallen na. Wie niet over voldoende kennis beschikt, kan bijlessen of extra lesmateriaal krijgen. Wie niet tijdig signaleert de lesstof niet te begrijpen, graaft dus zijn eigen graf. Want naast het behalen van goede resultaten voor hun persoonlijke en mentale ontwikkeling, willen we vooral goede resultaten voor het opbouwen van hun toekomst, en dat laatste ligt in hun eigen handen. Voor het afgelopen jaar was ons slagingspercentage 40%. Dit is behaald. Voor het komende jaar verhogen we het slagingspercentage naar 55% en het deelnemersaantal van 25 naar 100. Wat hebben we in totaal nodig? 45.000 euro. Voor dit bedrag volgen 63 voormalig kindsoldaten middelbare scholing, en 37 voormalig kindsoldaten voortgezet beroepsonderwijs of universitaire scholing.

Daarnaast gaan we van start met een pilotproject voor vaardigheidstraining. Deelnemersaantal: 25. De duur van het pilotproject zal zes maanden zijn. Het gaat om vaardigheidstraining op lager of middelbaar niveau. Kosten van het project: 10.000 euro.  

Is dit duur? Ja en nee. De doelgroep is niet makkelijk, ten eerste. We werken niet met jonge kinderen in een geconcentreerde regio, waarvoor we een adhoc schooltje neer kunnen zetten. Ons doel is lange termijn ontwikkeling en het bestendigen van duurzame vrede. Dit doe je niet door een kort project op te zetten en dan halleluja te roepen. Onze deelnemers leven in zeer moeilijke omstandigheden. Een kort educatieproject is een pleister op een grote, gapende wond. Onze hulp moet een verschil uitmaken voor hun verdere levens, en dat bereik je alleen door ze te helpen een toekomst op te bouwen. Zonder scholing of vaardigheden ben je nergens in Sierra Leone, zeker als je door je familie aan je lot wordt overgelaten, of geen familie meer hebt. Er is geen sociaal zekerheidssysteem in Sierra Leone, waar de voormalig kindsoldaten op terug kunnen vallen. Geen werk is geen onderdak, geen voedsel en in principe een ticket naar een leven op straat, in de criminaliteit. Rondzwervende ex-kindsoldaten zijn een bedreiging voor de stabiele vrede, maar ook voor een gevoel van veiligheid onder de rest van de bevolking. een groot deel van de bevolking van Sierra Leone begrijpt inmiddels dat het belangrijk is dat voormalig kindsoldaten echt integreren in de samenleving. Onze projecten hebben dus niet alleen invloed op de levens van de 125 voormalig kindsoldaten die we proberen te helpen, maar ook voor hun naaste omgeving en de gemeenschappen waar ze wonen. Daarnaast verwachten we dat onze deelnemers hun kennis in hun zomervakanties delen met anderen. Basiskennis in rekenen voor straatverkopers bijvoorbeeld, of andere kwetsbare groepen leren lezen en schrijven. Voorlichting over drugs geven aan jongeren, of politieke basisbeginselen onderwijzen in de dorpen waar men niets van de staatsstructuur begrijpt.

Wil je sponsoren? Kijk dan op www.mindtochange.nl.

reacties 2 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 704


Waarom zou je kindsoldaten helpen?
Kinderen | Kindsoldaten aan het woord | 27 November 2008 | 00:09:04
 
Lansana is ex-kindsoldaat. Hij deed adminstratief werk voor de Kamajors in Sierra Leone. Lansana had voorheen echter weinig met het woord 'kinsdoldaat'. Hij heeft zich nooit geassocieerd met de 'vechters' en hij had ook een negatieve indruk van hen. Hieronder legt hij uit, waarom zijn mening intussen is veranderd, en waarom kindsoldaten eigenlijk geholpen zouden moeten worden. In het Engels.
 


Why help former child soldiers?

INTRODUCTION

A child soldier is someone who engages in fighting at the ages between one to eighteen (1-18). According to their age category, they can only take part in armed conflict due to unavoidable circumstances beyond their control, such as the forceful recruitment, loss of their family members, lack of proper care from their parents/guardians and so on. The different child soldiers can be divided into two categories: Child combatant, and child soldier. The former is an act of taking direct responsibility in arm conflict, by going to warfront as a soldier, having gun to shoot, commit crimes against civilians through killing, burning of houses, raping and so forth. The latter is an under aged person who serves as a servant, carrier, cleaner and sometimes an espionage to the fighters without going to war front to shoot.  

REASON

In Africa, children are not under proper protection by their parents as compared to children in western countries. My visit to the Netherlands has given me a lot of insights about the reason why African children are vulnerable to armed conflict. Here children are well protected by their parents and government in the way that they are not even allowed to stay with any other family members rather than their parents, are to go to school at the age of four (4) compulsory, have better living conditions, subsidies from the government and so on. In addition to that, western countries have a good family planning system in the way that parents can only give birth to children they can cater for. Contrary, to the African countries, where there is no family planning system, parents can produce children like any manufacturing industry in one of the Asian countries. There, children are exposed to the extended family care system, no care from the government, independent decision by their parents either to attend school or not, they are more vulnerable to take part in armed conflict, because their participation in armed conflict is subject to the negative attitude of the African way of raising a child, and if they do, they will be extremists, due to what they will see as a daily way of life. In addition to that, they will be given drugs, their commanders will brainwash them that. That is the normal way of life. And there is a wise saying that ‘children are the ambassadors from their various homes’, which means that whatever life a child is exposed to, that is what he or she will take in to consideration to display outside.

DIFFICULTIES

Although there is no significant body of research on psychological trauma in child soldiers, it is assumed that most child soldiers are unavoidably psychologically traumatized by their experiences. It is assumed that their responsibilities, experiences as child soldiers have a devastating effect on them, and that they run a high risk of ending up in continuing cycles of violence, and it is assumed that violence becomes a way of life for child soldiers. Child soldiers in Sierra Leone are no exception to the above assumption, because most of them are still ‘traumatized’ due to the societal marginalization of children. That was clearly manifested in all the disarmament, demobilization and reintegration processes in Sierra Leone wherein child soldiers were not given opportunity to benefit from the process as compared to the adult fighters.

Their development into post-war civilians again is dependent on different factors; their own understandings of their participation, the outlook on their participation in their own environment as well as in the broader society, how the armed forces they participated in, how they are appreciated in society, and the way in which they are able to rebuild their lives in society, in cognitive, economic and political respects. The present task of child soldiers in Sierra Leone base on all the mentioned, because four (4) different factions were engaged in the arm conflict: the revolution united front (RUF), Sierra Leone Army (SLA), Armed forces evolutional council (AFRC), and civil defence forces (CDF).  The task ahead is to how are they going to cope with all the humiliations among the civilian population they use to tortured, manhandled. With all the challenges, the life of child soldiers is somehow difficult.

HOPE

There is all possibility that all children that have taken part in armed conflict have the ability to become a role model in society if they have hope. Hope, this means that we need to forgive them, give them a better life, because they are the future leaders.  

A passage from Teun Voetens book ‘How de Body?’:
‘We want the children to forget the language of the gun, the child soldiers have only recently become accessible since the fighting forces has emerging from the bush, with the hundreds of children who have been fighting alongside them in their wake. We are using a subtle game to ease the children away from the rebel.’

This started when one Xaverian father, Padre Victor, was allowed to visit the children, who were just disarmed, in the barracks from time to time when the children were finally allowed to have lunch in the mission centre. At a later stage, the children were allowed to play soccer, watch cartoons, and later on to even attend classes in the mission centre. This is the point at which the children slowly started to open up. The final step is to immerse the children in faith, hope, and love, so that they ultimately start to consider these values as normal again and embrace them automatically. After all, for years these children have known nothing but fear, loneliness, pain, and death.

‘We are optimistic about saving the child soldiers. We need to make no distinction if they carried weapons or not. The fact of the matter is that they have all seen extreme violence and experienced terrible hardship. But the fast majority can be healed, by giving them a normal life, school, family, friends, and see how quickly they will become ordinary children again.’ This is a statement by a Caritas (local organization) worker that helped to demobilized child soldiers in Sierra Leone.

If the society decides to push them away for their role played in war, forgetting that they were not given the life and protection they deservde during their childhood, it will give them total psychological problem after realising that what they have done is not accepted in society. For example in Sierra Leone, it is difficult to identify ex-child soldiers from the non child soldiers. In fact, all those that were children at the time of the war are now part of the youth category, as a result they don’t like to associate themselves with the past.                                                                                                                

WAY FORWARD

Because these child soldiers took part in armed conflict, which was not by their making, and are now going through difficult life, there is a need for the society, and both national and international bodies, to come to their aid. In every society the future lies in the hand of young people provided if they are well trained. For example, most of them are now engaged in national politics, especially those who participated with the CDF, because their people consider them as heroes who saved their life from the RUF/AFRC. However, even the former RUF members have the potential to be appreciated in the society depending on the kind of training they will get. For example, some of the beneficiaries of MTC disarmed but did not go through the DDR programme. They knew how to change their lives around, they are no longer violent, without the help of organizations. They don’t have a psychological trauma. But. In social sense they are still not part of society. That is why they need to be helped. I’m appealing to the rest of the world to look into this child soldier issue, and see them as people that can change.
 
reacties 32 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 2156


General Shed Blood
Hulpverlening aan kindsoldaten | 27 November 2008 | 00:01:42
 

'General Shed Blood' is waarschijnlijk één van de bekendste ex-kindsoldaten uit Sierra Leone. Hij komt oorspronkelijk uit Liberia. Hij maakte de oorlog in Liberia mee als klein kind. Toen hij 9 was, kwam 'Rebel King' naar het huis van zijn ouders om geld uit zijn vader los te kloppen. Zijn vader werkte bij de Liberiaanse overheid en was daarom een makkelijk target voor de rebellen. De vader weigerde. Consequentie: Zijn hoofd werd eraf gehakt. Zonder pardon. Ibrahim's moeder (zoals General Shed Blood eigenlijk heet) kreeg het hoofd van haar echtgenoot in haar handen gedrukt en ze werd gedwongen met het afgehakte hoofd rond te dansen. En niet eventjes. De rebellen waren uitzinnig van plezier. En het gebeurde vóór de ogen van de 9-jarige Ibrahim. Uiteindelijk werd de jongen meegenomen naar de bush, waar hij en AK-47 in zijn handen gedrukt kreeg. Ibrahim de kindsoldaat was geboren.

Een tijd van moeilijke aanpassing, want Ibrahim was bang voor bloed. Drugs boden de uitkomst. Door iedere maaltijd werd marijuana gedaan, hij kreeg coke toegediend en soms kruit van kogels, omdat de hersens daarvan gaan 'koken'. Onder invloed van drugs was Ibrahim in staat zich te ontwikkelen tot een strijder. En een dappere.
 
Jaren later werd hij van Liberia naar Sierra Leone gebracht. Als vijftienjarige had hij genoeg militaire ervaring om een heel bataljon met kindsoldaten te leiden. De 'Zebra Unit' werd zijn eenheid genoemd, een groep kindsoldaten bij de RUF. Ibrahim ontwikkelde zich tot een wrede generaal. Hij was verslaafd aan het drinken van mensenbloed en at mensenharten, gedrenkt in Gin om zich sterk en dapper te voelen. Niemand dwong hem daartoe. Hij gebruikte drugs, dat wel, maar vrijwillig nu, om in staat te zijn om zijn wreedheden uit te voeren.

In 2000 werd Ibrahim ontwapend. Hij ging door een reïntegratieprogramma, waardoor hij weer naar school kon. Het ging niet lekker met Ibrahim. Hij hoorde stemmen in zijn hoofd, en werd door herinneringen aan de door hemzelf gepleegde wreedheden geplaagd. Hij was van de drugs af, dus het was voor het eerst dat hij zich ten volle realiseerde wat hij had gedaan. Hij bekeerde zich voor de volle 100% tot het Christendom en hoopte van God vergiffenis te krijgen. Hij voelde zich daar zo goed bij, dat hij besloot priester te worden. Maar daar heb je een middelbare schoolopleiding voor nodig. Kreeg hij van het reïntegratieproject. Dus alles in kannen en kruiken zou je zeggen. Hij heeft boete gedaan. Naar de kerk hielp hem om zijn psychologisch trauma te verwerken en hij kreeg een relatie en een kindje, waardoor hij ook een doel had om zijn leven op een verantwoordelijke manier op te bouwen. Maar zijn reïntegratietraject duurde maar een jaar. En daarna was er geen geld meer, dus moest hij de straat op. Iedere dag op zoek naar werk, en dat twee jaar lang. En voor ongeschoolden met weinig andere ontwikkelde talenten, was het bijna onmogelijk om aan eten voor zijn zoontje te komen. Zijn vrouw overleed. En dat was het. Ibrahim stond er alleen voor.
 
Terwijl veel andere jongens in zijn situatie de criminaliteit ingaan, is Ibrahim op het rechte pad gebleven. Hij wil een voorbeeld zijn voor zijn zoon en hij wil een baan om zijn zoon een stabiel leven te geven. Toen ik Ibrahim leerde kennen in Januari 2007, gaf hij me te kennen graag met kindsoldaten te willen werken. Hij is misbruikt, voorgelogen en omdat hij in rebellenlegers is opgegroeid dacht hij ooit dat geweldpleging bij het leven hoorde. Direct na de oorlog, toen hij van de drugs af was, heeft hij het geweld voorgoed afgezworen. En ik ken genoeg mensen die hun handen in het vuur zouden steken voor Ibrahim's vredige levenshouding. Hij is geen kindsoldaat meer. Hij is een doodnormale man, met de verantwoordelijkheid over een nu 2-jarige zoon. Hij is arm, maar gelukkig.
 
Op de site van de Wereldomroep werd in Februari 2007 een interview uit 2000 met Ibrahim geplaatst. Zorgelijk noemt de wereldomroep het dat kindsoldaten op gewone mensen lijken en het audiomateriaal lijkt te worden gebruikt om het tegendeel te bewijzen. Een smerige manipulatie vind ik, want het materiaal is oud en werd opgenomen toen Ibrahim net uit de oorlog kwam. Vanaf het moment dat Ibrahim zijn wapen inleverde is hij serieus bezig zijn leven op de rails te zetten. Geen geweldpleging. Geen mensenbloed. En geen psychologische tijdbom.
 
Ibrahim is hét voorbeeld van hoe het moet. Eén van de meest wrede kindsoldaten die je je kan voorstellen. Ooit. Maar hij heeft zijn leven opgepakt en weet zich staande te houden, ondanks tegenslag, na tegenslag, na tegenslag. Daarom wordt Ibrahim 'posterchild' van Mind to Change. Geen kind meer, maar wel een uithangbord voor hoe kindsoldaten ook kunnen zijn. Geen geweldsmachines. Geen geschifte moordenaars. Gewonen mensen. Maar wel kwetsbare mensen, die wat meer hulp nodig hebben om hun leven op te kunnen bouwen.

Lees meer over Ibrahim in het boek 'De Wil om te Doden: Ex-kindsoldaten in Sierra Leone'  van Ginny Mooy.

reacties 3 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 1074


 

Home   weblog sinds: 2007-08-24

Ontwikkeld door punt.nl en gehost door mijndomein.nl. Problemen met de inhoud van deze log? Klik hier.